Sylvia Brandsteder: De vrouw van tien miljoen
Scenarioschrijvers en regisseurs werken nauw samen, onder meer binnen DS&D (Dutch Screenwriters and Directors). Voor onderhandelingen staan zij samen sterk door collectieve beroepsorganisaties Lira en VEVAM. De directeur van VEVAM, Sylvia Brandsteder, nam per 1 februari na 17 jaar afscheid. Een mooi moment voor een interview.
Beeld: Jenneke Boeijink
Sylvia Brandsteder is niet iemand die graag in de spotlights staat. Mensen kennen haar eerder als de wat onconventionele en ernstige jurist die op de jaarvergaderingen van VEVAM met eindeloos geduld taaie dossiers toelicht. Kabelgelden, VOD, Thuiskopie, Videma, misschien weinig aansprekende, maar voor regisseurs wel heel belangrijke geldbronnen. Regisseurs die met haar in het VEVAM-bestuur zaten roemen haar toewijding en gedrevenheid. Brandsteders vertrek is een goed moment om na al die jaren samen terug te blikken op de soms roerige geschiedenis van VEVAM.
Ergens bij horen
Brandsteder studeerde rechten op advies van haar ouders. Ze begon het leuk te vinden toen ze voor de richting auteursrecht koos, ‘Via mijn vader die een platenmaatschappij had, liep ik stage bij BumaStemra’, vertelt ze. ‘Waar ik vervolgens vijftien jaar heb gewerkt.’ Met drie kinderen koos ze voor meer flexibiliteit, maar dat duurde niet lang. ‘Ik hoor graag ergens bij, in mijn eentje opereren paste minder bij mij. Dus toen ik benaderd werd om bij VEVAM te komen werken, had ik daar wel oren naar. “We hebben eigenlijk een directeur nodig”,’ zei bestuurslid Marc Nelissen. “Noem me dan maar directeur”, antwoordde ik. Niet wetend wat er die jaren allemaal overhoop zou worden gehaald.’
Geblinddoekt onderhandelen
Bij het akkoord over kabelgelden werden ook afspraken gemaakt over vergoedingen voor video on demand (VOD). Die regeling was vrijwillig en dat bleek niet te werken. Zonder wettelijke basis bleef de onderhandelingspositie zwak.
Oneerlijke verdeling
Zeventien jaar geleden stond VEVAM op een kruispunt. De organisatie vertegenwoordigde toen niet alleen regisseurs, maar ook Producenten In Persoon (PIP’s) en een groep scenarioschrijvers. Vanuit het pand aan de Keizersgracht dat de organisatie deelde met SEKAM, CBO van de producenten, en het Service Bureau Filmrechten, werden uitzenddata verzameld en gelden verdeeld. Binnen het bestuur van VEVAM groeide twijfel of die verdeling wel eerlijk verliep. ‘Onderzoek bevestigde het vermoeden’, blikt Brandsteder terug. ‘Er gingen enorme bedragen naar de PIPS, vaak de directeuren van de grote televisieproducenten, ten koste van het aandeel van de regisseurs en scenarioschrijvers. Die bedrijven kregen daarnaast ook vergoedingen van SEKAM.’
Een enorme clash
Het werd een grote rel. Tijdens een stampvolle ledenvergadering in het West-Indisch Huis kondigde bestuurslid Marc Nelissen aan dat VEVAM verder wilde als pure regisseursorganisatie. De zaal ontplofte. Het voorstel werd in stemming gebracht en de regisseurs wonnen. ‘Het leidde tot een enorme clash’, weet ze nog goed. ‘En ik werd door de andere partijen op straat gezet, zonder data-administratie of ledenbestand. Ik had slapeloze nachten en dacht: het zal me toch niet gebeuren dat VEVAM onder mijn leiding ten onder gaat?!’ Met hulp van het nieuwe bestuurslid Hans Bosscher vond VEVAM onderdak aan het Rokin. Van daaruit bouwden ze de organisatie opnieuw op en brachten de administratie en uitkeringen onder bij Cedar. ‘Hans was tot aan zijn dood in 2022 mijn steun en toeverlaat’, zegt Brandsteder. ‘En ook voorzitter Maarten Treurniet stak zijn nek uit om VEVAM als regisseursorganisatie overeind te houden.’
‘Ik dacht: het zal me toch niet gebeuren dat VEVAM onder mijn leiding ten onder gaat?!’
De kabelgelden (BMS) vormen al jaren de grootste inkomstenbron van VEVAM. Kabelbedrijven betalen per abonnee auteursrechtelijke vergoedingen aan CBO’s, die die gelden verdelen onder makers. Dat gebeurde binnen het Kabelcollectief, waar CBO’s onder leiding van BumaStemra gezamenlijk onderhandelden. Aanvankelijk ontving VEVAM via AGICOA (een internationale non-profit CBO voor film- en tv-producenten) alleen vergoedingen voor Nederlandse producties. Buitenlandse regisseurs claimden hun deel, en regisseurs van omroepprogramma’s vielen buiten de boot. Brandsteder pakte dat aan: ‘Ik wilde dat álle regisseurs een vergoeding konden krijgen. We sloten wederkerigheidscontracten af, zodat VEVAM ook voor buitenlandse regisseurs kon innen en Nederlandse regisseurs inkomsten uit het buitenland terugzagen.’
Tegenover in plaats van naast producenten
Kort na de verzelfstandiging van VEVAM viel het Kabelcollectief uiteen. Producenten sloten zich aan bij RODAP, waarin distributeurs, kabelbedrijven en omroepen samenwerkten. Daarmee veranderde de onderhandelingstafel fundamenteel: producenten zaten voortaan aan de andere kant. ‘Eeuwig zonde’, verzucht Brandsteder ook nu nog. Speelfilm- en documentaireproducenten ontvangen volgens haar nog altijd lagere kabelvergoedingen dan televisieproducenten, doordat uitkeringen daar op kijkcijfers zijn gebaseerd. ‘Een opportunistische keuze van een paar grote televisieproducenten, waardoor makers en producenten tegenover elkaar kwamen te staan.’
Na het uiteenvallen van het collectief eind 2012 stopten kabelexploitanten met betalen aan filmmakers. VEVAM werd onder druk gezet om met lagere vergoedingen akkoord te gaan en kon jarenlang nauwelijks uitkeren. Pas na een akkoord in 2015 tussen RODAP en de organisaties van regisseurs, schrijvers en acteurs kwam er weer ruimte voor substantiële uitkeringen.
Pogingen om VOD in Europees verband onder verplicht collectief beheer te brengen strandden; onder invloed van grote mediabedrijven als Google en Amazon werd de richtlijn afgezwakt en moesten landen het zelf regelen. ‘We werden weer gedwongen om hierover onderling afspraken te maken’, zegt Brandsteder. ‘Dat zijn jaren van onderhandelingen waarmee we nauwelijks verder kwamen. Zonder wettelijke basis sta je gewoon zwak. Bovendien hadden we geen data over het aanbod en kijkgedrag van de streamers. Het was onderhandelen met een blinddoek om en je handen op de rug.’
‘Regisseurs moeten zelf over hun auteursrechten kunnen beschikken en die onderbrengen bij hun eigen collectieve organisatie’
In de tang
Inmiddels is er zicht op een nieuw akkoord waarbij streamers hogere vergoedingen gaan betalen. Ook nieuwe makersgroepen, verenigd in FAIR, delen mee in de voorlopige verdeling, die de komende jaren wordt geëvalueerd. Brandsteder blijft er kritisch over. ‘Regisseurs moeten zelf over hun auteursrechten kunnen beschikken en die onderbrengen bij hun eigen collectieve organisatie. Ik vind het volkomen onjuist dat die rechten op basis van de Nederlandse Auteurswet automatisch nu bij de producent liggen. Maar zie dat maar eens terug te draaien. Ik heb overigens inmiddels wel enige consideratie met producenten, want die moeten ook dealen met grote partijen als omroepen en inmiddels dus de streamingsdiensten. Ze zitten in de tang. En dat gaat niet zomaar veranderen.’
Opkomen voor de makers
Op de vraag waarom ze dit werk is blijven doen, antwoordt Brandsteder ‘Anderen in de branche hebben een batterij juristen. Ik wilde mijn kennis inzetten voor de makers. Individuele regisseurs kunnen zich zelden een eigen jurist veroorloven en vinden het vaak lastig om contracten en complexe rechtenkwesties te doorgronden. Juist daarom zijn sterke collectieve afspraken met omroepen, streamers en producenten cruciaal.’ Ze zegt ook: ‘De beroepsgroep heeft de neiging om stronteigenwijs te zijn. Maar goed, dat is misschien ook creatief-eigen
Brandsteder hecht er ook aan dat regisseurs zelf betrokken zijn bij VEVAM. Het bestuur bestaat grotendeels uit regisseurs: zij controleren de organisatie én dragen uit waar die voor staat. Tegelijk zag ze ook dat de filmwereld ‘hele lelijke kanten’ heeft. ‘Regisseurs die opkomen voor betere positie worden soms persoonlijk geraakt. Blacklisting bestaat. Er wordt op de man gespeeld. Dat vind ik verschrikkelijk.’
‘Jaarlijks helpen we zo’n veertig tot vijftig regisseurs bij de eerste fase van hun filmplan’
Tien miljoen per jaar
Brandsteder kijkt met trots naar wat VEVAM heeft opgebouwd. ‘We incasseren inmiddels bijna tien miljoen euro per jaar voor regisseurs. Dat is substantieel, al blijft het knokken, en gezien de omvang van de markt zou het meer mogen zijn.’ Als CBO mag VEVAM een deel van de inkomsten inzetten voor versterking van de beroepsgroep. Via het VEVAM Fonds ondersteunt de organisatie onder meer de DDG, juridische bijstand en educatie. Later kwamen daar regisseursprijzen bij. ‘Aanvankelijk konden individuele regisseurs geen beroep doen op het VEVAM Fonds. Ik wilde graag iets doen om hen financieel iets extra’s te bieden. Hans Bosscher kwam met het idee voor ‘seed money’ voor de vroege ontwikkeling van filmplannen. Daaruit is de Startgeldregeling ontstaan.’ Ze is er echt trots op, zegt ze. ‘Jaarlijks helpen we zo’n veertig tot vijftig regisseurs bij de eerste fase van hun filmplan.’
Een recht
Brandsteder vreest dat jonge regisseurs VEVAM soms zien als een anoniem administratiekantoor dat af en toe een bedrag overmaakt. Een soort extraatje voor de vakantie. Dat is eigenlijk niet goed. Het is een recht om als maker verbonden te blijven met je werk. Om te weten wat ermee gebeurt en om mee te delen in de opbrengsten.’
Ze ziet geregeld regisseurs die na faillissementen of overnames niet eens weten wie de rechten bezit, of ontdekken dat hun film wereldwijd wordt geëxploiteerd zonder dat zij daar iets van terugzien. ‘Ik begrijp dat producenten niet iedereen kunnen raadplegen. Maar de regisseur is hoofdmaker, die moet als hoofdmaker daarop toch wel de uitzondering zijn.’
Afscheid
Inmiddels heeft Brandsteder afscheid genomen. Caspar de Kiefte (voorheen Kunstenbond) nam op 1 februari 2026 het stokje van haar over. Terugkijkend benadrukt ze nog het belang van sterke partners. De samenwerking met Cedar hielp VEVAM te voldoen aan het wettelijke toezicht op CBO’s, en met Lira werd intensief opgetrokken voor de positie van hoofdmakers. Tegelijk blijft de inzet breder: zorgen dat exploitanten alle makers billijk vergoeden. ‘Dat betekent niet dat hoofdfilmmakers iets van hun zwaarbevochten deel moeten inleveren. Er moet voor andere makers worden bijbetaald, de taart moet groter.’
Een nieuw kabelcontract en de uitwerking van de VOD-deal laat ze achter voor haar opvolger. ‘VEVAM is voor mij echt zo'n ontzettend groot deel van mijn leven geweest. Het zijn jaren die me niet in de kouwe kleren zijn gaan zitten. Dus aan de ene kant ben ik blij om te stoppen, ik heb ook heel erg veel zin in even niets. En wie weet wat er zich daarna aandient.’
Scenarioschrijvers werken nauw samen met regisseurs. Netwerk Scenarioschrijvers en Dutch Directors Guild hebben samen DS&D (Dutch Screenwriters and Directors) opgericht, om de samenwerking tussen deze vakverenigingen van scenarioschrijvers en regisseurs te versterken en professionaliseren. Ook hun collectieve beroepsorganisaties Lira en VEVAM staan samen sterk in onderhandelingen.
Suzanne Raes (lid van de besturen van VEVAM en DDG)
