Het verdienmodel van Mirjam Mous
Mirjam Mous (62) werkte twintig jaar als leerkracht in het speciaal onderwijs. In 1998 debuteerde zij met Monsters Mollen!. Met de thriller Boy 7 uit 2009 brak zij definitief door. Ze ontving een Gouden Boek en het verhaal werd vertaald en verfilmd. Deze maart verschijnt haar nieuwste boek Impact. Hoe de oorlog onze levens veranderde. Wat is het verdienmodel van Mirjam Mous?
Wat was je eerste betaalde opdracht?
‘Dat had een lange aanloop. Ik wilde al schrijfster worden toen ik vier jaar oud was. Ik probeerde steeds een boek te schrijven, maar het duurde erg lang voordat het daadwerkelijk lukte. Mijn eerste manuscript werd door alle uitgeverijen afgewezen. Totdat ik in 1997 Monsters Mollen! schreef; bij de tweede uitgeverij was het raak. Dat was Van Holkema & Warendorf, en daar zit ik nog steeds. Het was de eerste keer dat ik geld ontving voor mijn schrijven.’
Waarmee zou je in een ideale wereld het liefst je hele inkomen verdienen?
‘Met schrijven, dat maakt mij gelukkig. En ik heb het geluk dat mijn droom inmiddels is uitgekomen. Hoewel ik altijd al schrijver wilde worden, heb ik eerst twintig jaar als groepsleerkracht in het speciaal onderwijs gewerkt. Je weet immers nooit of het lukt en je kunt er niet meteen van leven. Geleidelijk aan ben ik minder gaan werken als juf, zodat ik meer tijd overhield om te schrijven en scholen te bezoeken. Na zeven jaar heb ik de knoop doorgehakt en ben fulltime gaan schrijven. Om hetzelfde inkomen te houden, deed ik toen erg veel schrijversbezoeken. Met dank aan de Schrijverscentrale.’
‘Dat ik nogal eigenwijs ben, heeft me ook veel gebracht’
Hoe ziet jouw verdienmodel eruit?
‘Hoewel ik nog steeds voor alle leeftijden en in verschillende genres schrijf, zijn mijn thrillers mijn grootste inkomstenbron; ik leef van de royalty’s. Vooral Boy 7 is een echte ‘everseller’, dat boek blijft verkopen. Het is bovendien twee keer verfilmd, in Nederland en in Duitsland. Daar heb ik ook leuk aan verdiend. Verder ben ik blij met de Lira-vergoedingen. Alles bij elkaar kan ik er goed van leven. Ik heb geen kinderen, dat scheelt in mijn uitgaven.’
Wat heeft voor je succes gezorgd, wanneer was de omslag?
‘In het begin schreef ik alleen voor basisschoolleerlingen. Daarna volgden er wel 12+ boeken, maar die waren meestal op meiden gericht. Tot ik een school in Emmen bezocht. De jongens daar vonden dat ik de meiden nogal voortrok en vroegen me een spannend boek te schrijven met een jongen in de hoofdrol. Dat werd dus Boy 7. Ik was zelf nooit op het idee gekomen om een thriller te schrijven, maar vond het erg leuk om te doen en kreeg er heel veel lezers bij.
Meer thrillers volgden en sindsdien kan ik leven van het schrijven. Schoolbezoeken blijf ik doen om contact te houden met mijn doelgroep, maar niet meer zo vaak als eerst. Dat vele reizen vind ik vermoeiend. En het is niet meer zo nodig als inkomstenbron.’
Wat was tot nu toe de beste investering in je vakmanschap?
‘Stoppen met lesgeven en me volledig op het schrijven richten. Dat ik nogal eigenwijs ben, heeft me ook veel gebracht. Hoewel niemand geloofde dat het me zou lukken om schrijver te worden, hield ik vol. En toen mijn uitgever na het lezen van mijn eerste 12+ manuscript zei dat ik me waarschijnlijk beter op de basisschoolleeftijd kon blijven richten, spoorde me dat juist aan om door te gaan. Gelukkig maar, want vooral met mijn Young Adult-boeken heb ik succes. Cursussen heb ik nooit gevolgd. Ik heb het vak geleerd door veel te lezen en te schrijven. Je moet er niet te romantisch over doen. Het is vooral een kwestie van discipline: elke dag achter je bureau gaan zitten en meters maken.’
‘Het is vooral een kwestie van discipline: elke dag achter je bureau gaan zitten en meters maken’
Biedt de Nederlandse context auteurs voldoende middelen van bestaan?
‘Daar kan ik niet goed over oordelen. Ik heb bijvoorbeeld nooit een beurs aangevraagd en weet niet goed hoe dat werkt. Dankzij de Duitse vertalingen heb ik er een aardig afzetgebied bij; mijn thrillers worden ook in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland verkocht. In Vlaanderen doen ze het ook best goed. Alleen een Engelse vertaling is nooit gelukt. Er is ooit een poging gedaan, maar het bod was zo laag dat we nee hebben gezegd. Overigens zou ik ook zonder die buitenlandse markt kunnen leven van mijn werk. Zo slecht is het hier niet geregeld. Mijn Poolse uitgever en vertaler waren stomverbaasd dat er bij ons zoiets bestaat als de Schrijverscentrale. Auteurs schijnen daar zelf eerst voor hun uitgave te moeten betalen. Sindsdien denk ik: we mogen misschien best wat minder mopperen.’
Heb je een gouden tip voor andere (kinderboeken)schrijvers?
‘Geef vooral in het begin zoveel mogelijk lezingen op scholen: leerlingen weten dan wie je bent en grijpen eerder naar jouw boeken. Dat ik leerkracht ben geweest en amateurtoneel heb gespeeld, komt tijdens deze bezoeken goed van pas. Ook is het slim om actief te zijn op social media omdat je daar veel lezers mee bereikt. Maar voor allebei geldt: doe het alleen als het bij je past. Ik heb schrijvers gezien die zichtbaar ongelukkig waren tijdens hun optreden, dan werkt het niet. Ik voel me niet happy bij filmpjes en post dan ook weinig op internet. Een andere tip: wees niet te snel tevreden. Ik krijg soms manuscripten toegestuurd die nog vol spelfouten staan. Je moet kritisch zijn op je werk. Ik heb veel geleerd van mijn eerste redacteur, Greet Eijsink. Zij leeft helaas niet meer, maar ik hoor haar stem nog steeds in mijn hoofd als ik een tekst doorlees. Zij was mijn grote leermeester.’
Dorine van der Wind
