editie 17 / september 2005

Scenarioschrijvers en internet; het antwoord van Lira op nieuwe explotatiewijzen

Nieuwe tijden zorgen voor nieuwe manieren in de verspreiding van tv-uitzendingen en programma’s. Consumenten zullen ook via internet (en via internet op hun tv) naar dramaproducties kunnen kijken. Deze en andere programma’s waaraan Nederlandse auteurs hebben meegewerkt, zullen soms ook onder speciale voorwaarden via internet gedownload kunnen worden. Het is vooral op het terrein van de audiovisuele producties dat zich in een stevig tempo nieuwe ontwikkelingen aandienen, ontwikkelingen waarop de Stichting Lira ten behoeve van bij haar aangesloten auteurs, maar evenzeer ten behoeve van regelingen zoekende exploitanten en ongeduldig wachtende consumenten in moet spelen.

Deze nieuwe ontwikkelingen spelen zich af op een aantal niveaus. Daar is allereerst het niveau van de opslag en verspreiding van werken. Opslagmogelijkheden zijn door de digitalisering praktisch onbeperkt geworden. Er hoeven geen enorme hallen met celluloid films op spoelen meer gebouwd en in stand gehouden te worden. 

Voor wat de verspreiding betreft: de kabel is eigenlijk al een ouderwets, in elk geval traditioneel soort distributiemiddel aan het worden. Breedband via internet (ADSL) en digitale etherverspreiding (Digitenne) vormen slechts een paar van de nieuwe distributiewijzen in een spectrum dat voortdurend zal blijven veranderen. De laatste uitvinding op deze aarde is immers nog niet gedaan.

Maar evenzeer valt een groei in het aantal exploitanten waar te nemen, instellingen en bedrijven die zich op verschillende manieren bezig willen houden met de verspreiding van auteursrechtelijk beschermde werken. Zij richten hun aandacht vooral op televisiezenders en  interactieve diensten (internet). Bij de bestaande kabelexploitanten, verenigd in de Vecai, voegen zich publieke en commerciële omroepen en bedrijven als Digitenne, Versatel, Scarlet en KPN. Een essentiële voorwaarde voor hun succes is het verkrijgen van rechten, lees: toestemming van rechthebbenden voor het gebruik en hergebruik van werken. Vandaar dat er momenteel druk onderhandeld wordt tussen rechthebbenden en exploitanten over de voorwaarden, vooral de financiële voorwaarden, waaronder toestemming kan worden verleend. 

Noodzakelijkerwijs zijn dit - zoals bij andere vormen van collectief beheer van rechten - collectieve onderhandelingen. Wie tevoren met alle rechthebbenden op één avond tv, zelfs al zou het maar om één zender gaan, op individuele basis afspraken over de vergoeding zou willen maken, is misschien wel een maand met een flink kantoor onafgebroken bezig met individuele onderhandelingen met veel Nederlandse en nog veel meer buitenlandse rechthebbenden. Alleen al op praktische gronden is het noodzakelijk collectief te onderhandelen. Ook de Nederlandse Auteurswet voorziet sinds kort in die praktische behoefte en wel in het betrekkelijk nieuwe artikel 26a in de Auteurswet. Om over de gelijktijdige, ongewijzigde en onverkorte uitzending als daarin bedoeld te kunnen onderhandelen moet Lira ook wel iets in handen hebben om over te onderhandelen, dus kabelrechten. Nog dwingender wordt die eis als het gaat om de verspreiding van werken buiten het verband van de gelijktijdige doorgifte. Denk aan de toegang tot tv- en filmwerken via streaming en de online terbeschikkingstelling met de mogelijkheid het programma te downloaden.

Hoe staat het met breedband tot nu toe?

Op de NOS in samenwerking met de Wereldomroep rust ingevolge artikel 16 lid 2 sub 1 van de Mediawet de wettelijke taak voor losse medewerkers van de publieke omroepen de honorering (lees: arbeidsvoorwaarden) vast te stellen. Als goed werk- en opdrachtgever doet de NOS dat in overleg met vertegenwoordigers van de diverse groepen van losse medewerkers. Zo ook met het Netwerk Scenarioschrijvers namens de scenarioschrijvers. De uitkomsten van dat overleg worden vastgelegd in de regelingen van het NOS-Honorarium College waaraan de publieke omroepen en de losse medewerkers zich op grond van de Mediawet hebben te houden.

Al tijdens de onderhandelingen in 2001 tussen het Netwerk Scenarioschrijvers enerzijds en de publieke omroepen, verenigd in de NOS, anderzijds, uitlopend op de zogenoemde Scenario-raamovereenkomst met een looptijd tot 1 juli 2006, is het internetgebruik van tv-drama uitdrukkelijk aan de orde geweest. Toen is voor wat tv-drama betreft afgesproken dat er een aparte regeling voor internetgebruik van kracht is tot het moment dat de breedbandtechnologie zich overal als verspreidingsmiddel aan zou dienen. Dan zouden  partijen zich inspannen om tot nieuwe afspraken te komen. Dat moment lijkt thans volop te zijn gekomen. 

Tot zolang gold volgens de Scenario-raamovereenkomst een licentie tot gelijktijdige en niet-gelijktijdige (on demand)  internetverspreiding van werken die onder de regeling vallen onder een aantal strikte voorwaarden. Die voorwaarden hielden in dat de via internet verspreide werken integraal (dus niet in gedeeltes) zouden worden vertoond, dat de internetuitzendingen niet plaats zouden vinden via een zogenaamd ander organisme dan de publieke omroep en niet via sublicenties van de publieke omroepen aan derden, en dat uitgezonden programma’s niet te downloaden zouden zijn.

Overig internetgebruik zou ingevolge de Scenario-raamovereenkomst in het oog gehouden worden door een paritair uit NOS- en Netwerk/Lira-vertegenwoordigers samengestelde werkgroep die het gebruik en de ontwikkelingen in kaart zou brengen en die steeds per jaar zou rapporteren, waarna het onderwerp voor nader beraad weer op de agenda voor de jaarlijkse evaluatievergadering zou verschijnen.

Onder de Scenario-raamovereenkomst tussen NOS en het Netwerk Scenarioschrijvers/VSenV vielen niet de speciaal voor internet gemaakte programma’s en voor internet bewerkte programma’s. Daarover stond en staat het omroepen en auteurs vrij naar eigen inzicht individuele afspraken te maken.

Nu ontwikkelingen zich uitermate snel voltrekken is door het Netwerk Scenarioschrijvers en Lira besloten een gezamenlijke delegatie te vormen die overleg gaat voeren met de NOS als vertegenwoordiger van de publieke omroepen. Het gaat daarbij om de hernieuwde invulling van wat in artikel 16 lid 2 sub i van de Mediawet tot de wettelijke taak van de NOS wordt gerekend: het vaststellen van de honorering van losse medewerkers, in casu scenarioschrijvers.

Ook is er recent (2005) een bijeenkomst met scenarioschrijvers geweest in het Van Deysselhuis in Amsterdam met de vraag of zij iets zouden zien in het verstrekken van een machtiging, inhoudende dat Lira met betrekking tot bestaand opgenomen werk het internet-hergebruik namens auteurs zou kunnen regelen. Dat wil zeggen dat Lira onder voorwaarden toestemming zou kunnen gaan verlenen tot hergebruik, gelden zou gaan incasseren voor dat hergebruik en binnengekomen gelden onder auteurs zou gaan verdelen. De reactie van aanwezige auteurs was overwegend positief.

Om Lira een juridische positie te geven bij het collectief regelen van dit hergebruik via internet hebben bij Lira aangesloten scenarioschrijvers een verzoek van Lira gekregen hun rechten en aanspraken op dit terrein, zowel ten aanzien van streaming van programma’s via internet als ook download via internet, aan Lira toe te vertrouwen. Daarmee zal Lira in de meeste gevallen niet in haar eentje toestemming kunnen geven, want bij audiovisuele producties zijn veel meer soorten rechthebbenden dan alleen scenarioschrijvers betrokken. Al die rechthebbenden kunnen een zekere contractuele of wettelijke bevoegdheid of een eigen financiële aanspraak op een billijke vergoeding hebben. Maar Lira zal wel samen met die andere soorten rechthebbenden in collectieve onderhandelingen voor háár deel van het geheel onder voorwaarden toestemming kunnen geven en op die wijze het beoogde hergebruik mede mogelijk kunnen maken, zoals dat ook in de collectieve onderhandelingen over kabelgelden gebruikelijk is.

Het is dan ook van groot belang dat scenarioschrijvers en andere auteurs van uitgezonden werken hun rechten en financiële aanspraken voor wat betreft internet-hergebruik (streaming en download) aan Lira toevertrouwen door hun handtekening te zetten op het toegezonden machtigingsformulier. Dat maakt Lira tot één van de gesprekspartners voor exploitanten die graag veel meer met deze schat aan anders onvertoond blijvende programma’s zouden willen gaan doen. We hopen dan ook op een ruime en positieve respons op de door Lira en het Netwerk Scenarioschrijvers rondgezonden brieven. Dan kunnen de onderhandelingen beginnen.

KH