editie 14 / september 2004

Stand van zaken schrijverspensioen

Sinds een aantal jaren volgt het LIRA-bestuur met grote belangstelling de ombouw van de ooit door Buma opgerichte Stichting Aena tot een algemeen beroepspensioenfonds voor diverse soorten zelfstandig werkzame kunstenaars. Het is de bedoeling dat dit beroepspensioenfonds uit drie ├ętages komt te bestaan. In eerste instantie, op de begane grond, worden in dat beroepspensioenfonds gelden gestort ten gunste van kunstenaars die van de nationale cultuurfondsen zoals het Fonds voor de Letteren, werkbeurzen en dergelijke ontvangen. De staatssecretaris van Cultuur en Media heeft daarvoor structureel 10% van de loonverwante componenten in die werkbeurzen en opdrachthonoraria als extra geld beschikbaar gesteld. Die 10% wordt door het ministerie van OCW op rekening van de verzekeraar Kunst & Cultuur gestort. Daarmee is de begane grond van het pensioengebouw voor zelfstandige kunstenaars geconstrueerd.

Dat pensioengebouw wacht echter op verdere uitbouw, en met die verdere uitbouw wil het op het ogenblik niet erg vlotten. Een volgende verdieping zou wellicht gebouwd gaan worden door de auteursrechtorganisaties. Buma heeft in dat verband besloten 3% van de socu-inhouding toe te voegen aan het pensioenfonds. Daar merkt de componist of tekstdichter niks van, want die premie wordt betaald uit zogenoemde socu-gelden die toch al op zijn inkomsten worden ingehouden. 

 

Wel wordt door deze lage toegangspremie tot het pensioenfonds tegelijk een volgende verdieping mogelijk, en wel op basis van eigen bijdragen van pensioenverzekerden. Onder gunstige fiscale voorwaarden kan de pensioenverzekerde door eigen bijdragen zijn pensioenuitkering op 65-jarige leeftijd in elk geval positief beïnvloeden, zo niet sterk doen toenemen.

 

Op een aantal plekken in de weg naar het schrijverspensioen zijn er echter hobbels opgetreden. Zo ligt de Pensioen- en VerzekeringsKamer (PVK) dwars op een technisch punt. Aangenomen mag worden dat dit van voorbijgaande aard zal zijn. 

 

Ernstiger is dat er nogal negatieve gevoelens in schrijverskringen zijn ontstaan door toepassing van de 70%-maatregel. Als gevolg daarvan wordt niet 100% van de 10% van de loonverwante componenten in de werkbeurzen van het Fonds voor de Letteren  pensioenbijdrage apart gezet, maar slechts 70% daarvan. Het Aena-bestuur is namelijk aan het middelen geslagen met andere fondsen die veel meer materiaalsubsidie kennen en minder loonverwante aandelen en als gevolg daarvan komt bij schrijvers en vertalers slechts 70% van de door de overheid toegemeten 10%, dus7% ten goede van de pensioenreservering. Dit blijkt de toepassing van een solidariteitsgedachte die nogal wat kritiek heeft gekregen. 

 

Tenslotte is binnen de kring van organisaties die ernstig overwegen om mee te gaan doen, zoals LIRA, twijfel ontstaan over de effectiviteit van de eerder genoemde 3%-bijdrage, gelet op het feit dat het bij LIRA om zoveel uitgekeerde bedragen van geringe hoogte gaat. Dat levert op 65-jarige leeftijd bij elkaar gevoegd en vermeerderd met het rendement in de meeste gevallen altijd nog geringe bedragen op. Eigen vrijwillige bijstortingen lossen dat probleem niet op, omdat die bijstortingen gebonden zijn aan krappe fiscale regels. Als uiteindelijk het beginsel wordt toegepast dat aan het eind van de rit, op 65-jarige leeftijd, wordt bezien of iemand genoeg geld heeft gespaard voor een pensioen, zal het gespaarde in de meeste gevallen daarvoor ontoereikend zijn en dan dus als gespaard bedrag tot uitkering komen. Daardoor dreigt de regeling zijn doel, pensioenen voor schrijvers, te gaan missen.

 

Het bestuur van LIRA zal zich na de zomervakantie gaan beraden of het voor auteurs die geld van LIRA ontvangen, gunstig is het voorbeeld van Buma te volgen. Of dat het beter is andere wegen in te slaan, zoals het geven van een extra financiële impuls aan de opbouw van lijfrentes voor zelfstandig werkende auteurs die elders geen redelijk pensioen hebben opgebouwd en die dus in overeenstemming met huidige fiscale wetgeving een zogenoemd pensioentekort hebben. Het is een kwestie van afnemend enthousiasme voor wat in andere omstandigheden nog steeds een goed idee genoemd had mogen worden.

 

Voor auteurs die stipendia en werkbeurzen van het Fonds voor de Letteren genieten, gaat de opbouw van hun pensioen bij Aena gewoon door. Maar het blijft voorlopig nog even vooral begane grond, zonder die twee mooie verdiepingen daar bovenop.

KH