Twee generaties: Ileen Montijn en Jonathan van het Reve
Ileen Montijn (73) is historica, schrijfster en columniste. Haar zoon Jonathan van het Reve (42), kleinzoon van Karel van het Reve en achterneef van Gerard van het Reve, is romanschrijver, columnist en televisiemaker.
Jonathan heeft bekende schrijvers als voorouders. Ileen, zit het schrijven ook bij jou in de familie?
Ileen: ‘Mijn grootvader van moederskant en grootmoeder van vaderskant schreven allebei. Ook ik ben dus van twee kanten belast met de neiging om te schrijven en de liefde voor de letteren.’
Zat het schrijven er bij jou altijd al in?
Ileen: ‘Als kind hield ik een dagboek bij en schreef ik gedichten. Tijdens mijn studententijd had ik een column in het universiteitsblad. Het leek me wel wat om bij een krant te werken, en tot mijn verrassing lukte dat. Na mijn afstuderen ging ik bij NRC Handelsblad aan de slag, op de redactie buitenland.’
Jonathan: ‘Dat wist ik helemaal niet, dat je daar begonnen bent. Wat deed je daar dan?’
Ileen: ‘Als redacteur West-Europa had ik allemaal telefoonlijnen met correspondenten in verschillende landen. En als ze er geen correspondent hadden, mocht ik er wel eens heen. Heel leerzaam, maar veel te politiek voor mij.’
Jouw achtergrond is geschiedenis en kunstgeschiedenis, kon je doorschuiven naar een plek waar dat meer tot zijn recht kwam?
Ileen: ‘Ik kwam daarna inderdaad in de culturele hoek terecht, al snel deed ik onderzoek en schreef ik een boek. In de maand waarin Jonathan geboren werd, november 1983, kreeg ik mijn eerste kind, mijn eerste boek en mijn eerste computer.'
Jonathan, jij hebt meerdere beroemde schrijvers in jouw familie. Was het onontkoombaar dat jij ook ging schrijven?
Jonathan: ‘Schrijven lag ook mij als kind al wel, maar over professioneel schrijven dacht ik niet na. Ik werd meer gestimuleerd om iets met mijn bètabrein te gaan doen dan om te gaan schrijven. Ik ben wis- en natuurkunde gaan studeren, en later nog een tijdje geschiedenis. Professioneel schrijven begon bij mij pas toen duidelijk was dat studeren niets voor mij was.’
Ervaarde je een bepaalde druk door je schrijvende voorouders?
Jonathan: ‘Ik heb het voordeel dat er een generatie tussen hen en mij in zit. Als het je ouders zijn, heb je misschien het gevoel dat je ze moet overtreffen of de erfenis overeind moet houden. Maar dat gevoel heb ik nooit gehad. Gerard en Karel waren meer onbereikbare dinosauriërs, waar ik geen last van had. Misschien eerder profijt. Mijn eerste debuut in 2007 kreeg veel recensies. Dat was zonder mijn bekende achternaam vast minder geweest.’
Ileen, hoe vond jij het dat Jonathan alsnog ging schrijven?
Ileen: ‘Dat hij zijn studies niet afmaakte, vond ik jammer, maar ik dacht ook: hij komt wel op zijn pootjes terecht. Ik vond het leuk dat hij wilde schrijven, ook omdat ik wist dat hij dat goed kon. Als student maakte jij een eigen krantje ‘Rosa’, weet je nog?’
Jonathan: ‘Het was een literair tijdschrift dat ik samen met een paar vrienden maakte, maar het stelde weinig voor. In drie jaar tijd zijn er twee piepkleine edities verschenen.’
Ileen: ‘Ik moest verschrikkelijk lachen om een verhaal dat je daarin schreef. Ik dacht toen, hij kan echt schrijven!’
‘Ik denk dat wanneer jij astronaut was geweest, ik daar wel belangstelling voor had gehad’
Jonathan, ik las dat voor je ging schrijven, je eerst nog als hulpkok werkte.
Ileen: ‘Oh ja, dat vond ik ook heel leuk, ik heb jaren columns over eten geschreven.’
Jonathan: ‘Dat was helemaal langs mij heen gegaan. Dat mijn moeder überhaupt schreef, daar stond ik als kind niet bij stil. Het was gewoon haar werk en ze deed er ook bescheiden over. Ze verkocht het niet aan ons.’
Ileen: ‘Kinderen zijn meestal niet zo bezig met wat hun ouders doen, en je moeder is misschien ook altijd een beetje gênant.’
Jonathan: ‘Ik denk dat wanneer jij astronaut was geweest, ik daar wel belangstelling voor had gehad.’
Heeft jouw moeder als schrijfster je op een bepaalde manier geïnspireerd?
Jonathan: ‘Toen ik mijn eerste roman schreef, had ik mijn moeder niet als voorbeeld, aangezien zij non-fictie schreef. En toen ik net als zij columns ging schrijven, was ik zo jong en arrogant dat ik dacht geen voorbeeld nodig te hebben. Pas veel later ben ik gaan beseffen hoe goed mijn moeders columns waren.’
Ileen: ‘We overlapten elkaar ook niet. Toen Jonathan columns ging schrijven, was mijn column in de NRC al een aantal jaar gestopt.’
Lezen jullie wel eens iets van elkaar voor het gepubliceerd wordt?
Ileen: ‘Ik heb een nieuw boek op stapel staan. Toen ik het manuscript naar mijn uitgever stuurde, besloot ik het ook aan mijn kinderen en hun partners te sturen (Jonathan heeft nog een broer, Maarten). Jonathan heeft zich toen serieus over dat manuscript gebogen en een paar ontzettend goede redactionele opmerkingen gemaakt.’
Jonathan: ‘Doordat ik er met de ogen van een redacteur naar keek, zag ik ineens hoe goed jij schrijft. De keuzes die je maakt, wat je laat zien en wat je weglaat, dat vind ik heel knap gedaan.’
Ileen, wat bewonder je aan Jonathans manier van schrijven?
Ileen: ‘Als non-fictie schrijver doe ik onderzoek en vertel ik wat ik gevonden heb op een nette en hopelijk animerende manier. Als ik Jonathans werk lees, denk ik: hij is echt een fictieschrijver. Hij denkt na over wat hij wil zeggen en maakt er vervolgens iets grappigs van.’
Jonathan, laat jij wel eens iets aan je moeder lezen?
Jonathan: ‘Ik laat nooit iets aan iemand lezen. Ook niet aan mijn moeder, maar dat is dus niets persoonlijks. Als je voor televisie schrijft, word je werk continu gelezen en beoordeeld door anderen, maar bij fictie voel ik die noodzaak niet.’
Ileen: ‘Ik ben altijd verbaasd hoeveel meelezers er in een boek worden bedankt. Ik heb bijna nooit meelezers.’
Jonathan: ‘Het zou misschien wel verstandig zijn om mensen er vooraf naar te laten kijken, daar kan het een beter boek van worden. Maar het geeft veel extra werk. Ook als je er niets mee doet, moet je er toch ten minste beleefd mee omgaan. Want je hebt er wel om gevraagd, en meelezers hebben er veel tijd in geïnvesteerd.’
Lijken jullie als schrijvers op een bepaalde manier op elkaar?
Ileen: ‘We hebben wel dingen gemeen, ook als columnisten. Zoals de afkeer van het etaleren van je eigen huiselijke of emotionele sores. Dat hebben we beiden nooit gedaan.’
Jonathan: ‘De lichtvoetigheid die jij in je columns had, heb ik ook nagestreefd, maar bij mij werd het toch vaak te hermetisch.’
Ileen: ‘Jij bent gewoon politieker!’
Jonathan: ‘Maar je hebt ook politieke columnisten die het lukt om over één gedachte een column te schrijven. Ik bedenk meestal te veel, wat er allemaal in moet waardoor het te vol werd.’
‘We hebben als columnisten wel dingen gemeen. Zoals de afkeer van het etaleren van je eigen huiselijke of emotionele sores’
Hebben jullie wel eens overwogen om iets samen te schrijven?
Tegelijk: ‘Nee!’
Ileen: ‘Ik heb nooit samen met iemand geschreven.’
Jonathan: ‘Ik doe dat voor tv nu dus steeds. En ik heb met vrienden samen een muziektheaterstuk en een kookboek geschreven. Ik vind het ook wel moeilijk om met iemand met wie je al een andere relatie hebt, ineens professioneel te moeten samenwerken. Dan moet je elkaar aan deadlines houden en voel je je schuldig over je eigen inbreng. Maar het lijkt me ook wel leuk om met jou samen een keer iets te doen. Nu ik met een redactionele bril naar jouw nieuwe boek heb gekeken, ben ik ook wel benieuwd naar jouw werkwijze.’
Ileen: ‘Er zou wel een onderwerp moeten zijn waarbij het logisch is dat we dat samen oppakken.’
Bestaat er zo’n onderwerp?
Jonathan: ‘Ik denk meteen aan iets met boten en geschiedenis. Ik ben gek op boten, ik woon op een boot. En dat type boot stamt meestal uit de late 19e of vroege 20e eeuw, precies de periode waarin mijn moeder gespecialiseerd is. Daar komt best wat samen. En anders, misschien leuk voor Lira: een gezamenlijke column?’
Ileen Montijn (1952) is historica, schrijfster en voormalig journaliste. Ze studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis in Leiden en werkte jarenlang voor NRC Handelsblad, eerst als redacteur en later als columnist. In haar boeken en artikelen richt zij zich op sociale en culturele geschiedenis, met bijzondere aandacht voor smaak, wonen, mode en standsverschillen. Ze verwierf grote bekendheid met ‘Leven op stand 1890-1940’, een standaardwerk over het dagelijks leven van de Nederlandse elite. Eind 2026 verschijnt haar nieuwe boek ‘Later zul je dit lezen’, een historisch werk over babyboeken, in zwang tussen 1890 – 1960.
Jonathan van het Reve (1983) is schrijver, columnist en televisiemaker. Hij schreef de novelle ‘De boot en het meisje’ (2007) en de roman ‘Fidelio leeft nog’ (2022), en publiceerde verschillende essays en bundels. Hij schreef jarenlang columns voor onder meer Het Parool, Vrij Nederland en de Volkskrant. Daarnaast is hij hoofdschrijver en correspondent in beeld bij LUBACH. Zijn werk staat bekend om de combinatie van humor, zelfspot en scherpe observaties van het dagelijks leven. Hij werkt momenteel aan een nieuwe roman.
Deirdre Enthoven
