editie 67 / november 2023

Twee generaties schrijvers: Don en Cherry Duyns

Cherry (79) en Don (56) Duyns zijn beiden niet bepaald eenkennig, schrijven verhalen, romans, en scripts voor theater, film en televisie. Maar de manier waarop vader en zoon dat doen, verschilt. “Ik bewonder Don zoals hij schrijft; Aus einem Guss. Bij mij is het een tamelijk tragische aangelegenheid.”

Twee generaties schrijvers: Don en Cherry Duyns

'We hebben het regelmatig over ons werk' / Beeld: Lola Duijns

Wanneer je aan de Amsterdamse Tweede Kostverlorenkade door een prachtige, oude deur het huis van Don Duyns binnengaat, kom je verrassend genoeg terecht in een hypermodern appartement, inclusief een ruime tuin waar achterin nog een huisje staat. “Mijn schrijfhuisje”, vertelt Don. Op tafel heeft hij stapeltjes boeken gelegd, van zowel zijn vader Cherry (onder meer Achterland, De Zondagsjongen, De Chinese knoop, Afscheid) als van hemzelf (bijvoorbeeld Wormrot, Mijn opa de artiest en het Lelijkste meisje van de klas). “Zal ik Cherry maar oproepen”, vraagt hij. Cherry Duyns zit op Schiermonnikoog – “geen Schier zeggen, dat doen de eilanders zelf ook niet!” - waar hij geniet van de natuur, maar ook om te schrijven. “Kun je ons goed verstaan?” vraag ik als hij de telefoon beantwoordt. “Nee!” antwoordt hij, “maar dat geeft niet”. Vader en zoon moeten lachen, zoals regelmatig tijdens dit gesprek.

Cherry, waardoor ben jij gaan schrijven?

Cherry: “Mijn vader, Dons grootvader, was variété-artiest en werd wel eens geïnterviewd. Dan kwam er een man in een regenjas, een sigaret in zijn mond en een notitieboekje. Tot mijn verbazing stond er dan een paar dagen later een artikel over mijn vader in het Haarlems Dagblad. Als je journalist was mocht je overal naartoe, en met iedereen praten, zag ik. Dat leek mij een perfect beroep. En dat beeld werd versterkt toen ik Roman Holiday zag, met Gregory Peck als journalist. Ik ging werken in de journalistiek, bij de Haagse Post, en merkte al snel dat ik het liefst eigen verhalen schreef, over wat ik zelf interessant vond.”

En Don, was jij door je vader geïnspireerd?

Don: “Ik herinner me dat als Cherry thuis zat te typen, mijn broertje en ik heel stil moesten zijn. Dan luisterde ik gefascineerd naar het geluid, dat soms haperde en dan weer in een stroomversnelling ging. De journalistiek was een beroep waarvan je kon leven, zag ik. Zelf schreef ik al jong verhaaltjes, en iets ouder voor de schoolkrant. Wat ook meespeelde is dat ik opgroeide in een huis vol boeken. Ik hield erg van lezen, als we ergens naartoe gingen, bleef ik het liefst in de auto zitten met Fulco de Minstreel of het Sleutelkruid van Paul Biegel. Lezen moet voorafgaan aan schrijven, als je niet leest kan je geen schrijver zijn.”

Cherry, vond je het leuk dat Don in jouw voetsporen trad?

Cherry: “Zo heb ik het nooit gezien. Het was bij hem meteen iets eigens. Ik vind het fantastisch wat hij doet, maar als hij een ander beroep had gekozen had ik het ook fantastisch gevonden.”

Don: “Zoals koorddanser?”

Cherry: “Of balletdanser.”

Don: “Cher, er ligt hier een collectie boeken van ons op tafel, waaronder De Bovenman, en daarin staat een opdracht van jou aan mij, uit 1990, toen was ik nog niet zo lang bezig. Er staat ‘Voor Don, zoon en collega-schrijver, Cherry’. Dat is toch heel erg aardig! Er zijn best voorbeelden in de literaire wereld van ouders en kinderen die elkaar het succes minder gunnen.”

‘Lezen moet voorafgaan aan schrijven. Als je niet leest, kan je geen schrijver zijn.’

Zijn jullie nooit jaloers op elkaar?

Cherry: “Dat heb ik nooit gehad, ik heb nooit animositeit gevoeld. Ik bewonder Don zoals hij schrijft; aus einem Guss, noemen ze dat in het Duits: uit één stuk. Alsof je een emmer leeg kiepert. En hij kan ook overal schrijven; in een hoekje, op een bankje, als er kinderen om hem heen rondrennen. Bij mij is het een tamelijk tragische aangelegenheid, alle potloden en vulpennen moeten gereed liggen, de blocnotes op de juiste plek. Er moet specifieke, klassieke muziek op staan. En dan zit ik daar en gebeurt er soms niks. Een kwelling.”

Don: “Ik besef pas de laatste jaren dat mijn vader best onzeker is over zijn eigen kwaliteiten.”

Cherry: “Ik ben een robuuste persoon, niemand maakt mij wat, maar over het maakproces totaal onzeker, dat is altijd zo geweest.”

Don: “Maar ik zag het nooit, in wat hij deed was hij een monument, zonder angsten of twijfels. Het ontroert mij om zijn kwetsbaarheid te zien.”

Heb jij die onzekerheid niet, Don?

Don: “Bij mij overheerst meer het plezier. Cherry schrijft op een hele andere manier, hij componeert en kan daarbij blijven haken op één zin. Dat zie je terug in zijn boeken, elke zin is gebeeldhouwd. Ik begin gewoon en heb mezelf aangeleerd om in die fase geen kritiek te hebben, anders komt er niets. Ik schrijf veel intuïtiever, vanuit drift. Ik benoem alles ook veel explicieter.”

Jullie gebruiken een ander soort taal?

Cherry: “Mijn taalgebruik is formeler, afstandelijker, soms licht ironiserend.”

Don: “Dat is wel minder geworden, en dat maakt je werk beter, vind ik. De ironie was nooit lolbroekerij, maar wel een zekere toon. Nu, bij Afscheid, Zondagsjongen, en ook wel Gesprekken met Armando – ik bel je wel als ik dood ben, is het meer melancholie.”

Cherry: “Melancholie is mijn grondtoon, dat is de manier waarop ik naar de wereld kijk. Dat is niet per se dramatisch. Je kan het aannemen als een feit en aan de slag gaan.”

‘Ik ben een robuuste persoon, maar over het maakproces totaal onzeker.’

Don: “Mijn grondtoon is vooral verlangen. Maar ik ben ook geen oorlogskind, ik ben uit 1967, het jaar dat The Beatles hun album Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band uitbrachten. Dat is wel andere koek!”

Lezen jullie elkaars werk voor het gepubliceerd wordt?

Don: “Nee, hoewel Cherry mij soms als ik langskom, wel vraagt om een hoofdstuk te lezen.”

Cherry: “Ja, en dan vraag ik of hij bij mij op schoot komt zitten.”

Don: “En dan krijg ik er een lolly bij. Nee, zonder gekheid, ik vind het een eer dat ik dan iets mag lezen. Cherry blijft er wel bij, met vorsende blik, zoals Ohoeboeroe uit Paulus de Boskabouter. Maar ik lees het niet als een corrector.

Cherry: “We hebben het wel regelmatig over ons werk.”

Don: “Dan ben ik bezig met een toneelstuk en vraag ik hoe hij iets aan zou pakken. Maar mijn vrouw is dramaturge, die laat ik alles lezen. En Joke, mijn moeder, leest alles van Cherry voor het de deur uitgaat. Dus we hebben onze vaste meelezers in huis.”

Welk werk van de ander bewonder je?

Don: “Bij Afscheid, een boek over de mannen in het leven van zijn moeder, was ik diep geraakt. En Gesprekken met Armando heeft een briljante opbouw en vorm, onder meer door de dialogen.”

Cherry: “Dons bewerking van Hamlet, dat vond ik buitengewoon indrukwekkend. Heel knap zoals hij alles in elkaar geschreven heeft. Maar ik bewonder vooral Dons verteldrift. Of het nou voor toneel is of een boek, en nu is hij ook aan het schilderen, weer een andere manier om verhalen te vertellen. Daar zit ik dan echt met open mond naar te kijken.”


Cherry Duyns (1944) is schrijver en theater- documentaire- en filmmaker
Hij schreef verhalenbundels als De bovenman en Achterland, romans als De zondagsjongen en Afscheid, drie boeken over kunstenaar en goede vriend Armando en een groot aantal muziekdocumentaires en muzikale voorstellingen. Met zijn films en documentaires won hij prestigieuze prijzen, zoals de Nipkowschijf, een Gouden Kalf en de Prix Europa. Voor zijn unieke culturele bijdragen werd hij in 2014 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.


Don Duyns (1967) is toneelschrijver, scenarist, schilder en docent
Hij schreef romans waaronder Een gelukkige jeugd en Buigen, verhalenbundels waaronder Het lelijkste meisje van de klas, maar is vooral bekend door zijn toneelteksten voor theatergezelschappen (voor onder meer Hollandia, Huis aan de Amstel en het Rotheater) en film- en televisiescripts, voor bijvoorbeeld Hertenkamp, Lotte, Alex FM en Spangas. Hij won voor zijn werk verschillende prijzen, waaronder de Perspectiefreis, de Zilveren Krulstaart en de Prosceniumprijs.


Ben jij ook één van ‘twee generaties schrijvers’? Laat het ons weten.

Deirdre Enthoven