editie 75 / augustus 2026

Jaarvergadering Lira: zorgen en successen in de Tolhuistuin

De jaarlijkse jaarvergadering van Stichting Lira was voor het eerst in de Tolhuistuin in Amsterdam. De resultaten van 2025 kwamen aan bod, net als de ontwikkelingen rondom AI en Video-on-Demand, luisterboeken en de nieuwe wervingscampagne.

Jaarvergadering Lira: zorgen en successen in de Tolhuistuin

Directeur Hanneke Verschuur legt de plannen uit / Beeld: Mariska Kolman

Voorzitter Felix Rottenberg opende de vergadering. Hij kondigde aan dat volgend jaar zijn termijn van tien jaar erop zit, en dat dit dus zijn laatste jaar bij Lira zal zijn. Een periode waarin veel is veranderd door de opkomst van AI. Hij is er verontrust over, maar ook licht optimistisch dankzij de tegenbeweging die in gang is gezet.

Financieel overzicht
Als eerste geeft hij het woord aan penningmeester Willem Asman. Lira’s incasso (rechtenopbrengst) was in 2025 met 28 miljoen lager dan in 2024 (30 miljoen). Dit heeft onder meer te maken met een lagere reprorecht-incasso, die altijd kan fluctueren. Door de lagere incasso was eveneens Lira’s repartitie in 2025 met 27,9 miljoen lager dan in 2024 (31,2 miljoen).

Asman noemt nog wat cijfers over 2025: 17.699 aangesloten rechthebbenden, 24.792 uitgekeerde rechthebbenden, totaal personeel bij Lira: 9,9 FTE, SoCu inhoudingen 1,9 miljoen.

Ook geeft Asman aan dat er wel eens iets misgaat. ‘De e-lending repartitie die dit voorjaar is gedaan, werd helaas vertraagd uitbetaald, doordat de btw moest worden aangepast. De communicatie over die verlate betalingen vanuit Lira kon beter.’

Ten slotte vertelt Asman dat de kosten toenemen, onder andere door het dossier AI (dit wordt later uit de doeken gedaan). De afgelopen twee jaren zijn de ingehouden administratiekosten bewust eenmalig zeer laag vastgesteld, om in te kunnen lopen op het relatief hoge eigen vermogen. Maar in de begroting voor 2026 zijn die inhoudingskosten van 4% naar 6% gegaan.

‘Meta profiteert zonder toestemming van het werk van schrijvers, vertalers en journalisten. Samen met de Auteursbond en NVJ ondernemen wij actie’

Toekomstplannen
Directeur Hanneke Verschuur krijgt het woord en neemt ons mee in de plannen en verwachtingen voor de rest van dit jaar. Ze waarschuwt dat het een uitdaging zal worden om de incasso de komende jaren op peil te houden, nu er voor het eerst in tien jaar tijd een daling is ingezet. Dit heeft mede te maken met een verschuiving in gebruik van oude technieken (papieren boeken en lineaire tv) naar e-boeken en streamingsdiensten. Schrijvers, vertalers en journalisten delen niet altijd mee in de nieuwe exploitatievormen. Lira heeft daarom samen met de NVJ en de Auteursbond een plan ontwikkeld voor de jaren 2026-2030, om te zorgen dat ook voor de nieuwe digitale vormen een collectieve incasso op gang komt. Dat is niet alleen van belang voor de individuele auteurs, maar ook om de collectieve voorzieningen via de SoCu inhoudingen in stand te kunnen houden.

Daarnaast benadrukt ze dat AI blijvende aandacht vraagt. Samen met de NVJ en de Auteursbond is Lira daar druk doende mee. En ook luisterboeken verdienen het volgens Verschuur om aan de orde te stellen. Ze zegt: ‘Lieke Marsman, die ons veel te vroeg is ontvallen, heeft recent onder de aandacht gebracht dat de schrijvers een veel te lage vergoeding krijgen. Daar moeten we ons nu hard voor gaan maken.’ Lonneke Geerlings komt hier later op terug. 

 

Na jaren onderhandelen over Video-on-Demand (VOD) is er overeenstemming, vertelt Verschuur ook. In september wordt de overeenkomst naar verwachting ondertekend. Cruciaal is dat minimaal 90% van de streamingsdiensten moet meewerken. En de regeling zal met terugwerkende kracht (vanaf 2020) in werking treden. Tot slot geeft Verschuur aan dat er met RODAP (vereniging van producenten, omroepen en distributeurs die specifiek gericht zijn op het Nederlandse publiek) nog geen nieuwe overeenkomst is voor lineaire doorgifte. Die zogeheten kabelgelden zijn voor de audiovisuele schrijvers van groot belang, dus hopelijk komt die incasso spoedig weer op gang.

Strijd tegen Meta
Daarna praat Michelle Mastenbroek ons bij over de ontwikkelingen rondom AI. ‘Meta profiteert zonder toestemming van het werk van schrijvers, vertalers en journalisten. Samen met de Auteursbond en NVJ ondernemen wij actie’, legt zij uit. ‘Dit gebeurt op drie vlakken: juridisch, met lobbyen en een campagne. Begin dit jaar is er een sommatie naar Meta gestuurd. Een collectieve aanpak is noodzakelijk tegen zo’n grote partij.’

‘En laten we niet vergeten dat David, de underdog, de strijd wint!’

Dit verschil is ook de inzet van een nieuwe campagne die binnenkort van start zal gaan: een strijd van David tegen Goliath. Maarten van Heems van reclamebureau BKB is gekomen om dit nader uit te leggen: ‘We hebben met veel schrijvers gesproken, ze willen niet alleen geld voor het feit dat hun werk is gebruikt door AI. Het gaat ze vooral er ook om dat hun creatieve werk zomaar gestolen is. Daar speelt de campagne op in. Een campagne moet opvallen, meteen begrijpelijk zijn én reacties oproepen.’ Dat laatste doet het zeker, er komen veel vragen uit de zaal, wat Van Heems als positief ziet. ‘En laten we niet vergeten dat David, de underdog, de strijd wint!’

Luisterboek en wervingscampagne
Als laatste krijgt Lonneke Geerlings, beleidsadviseur bij Lira, het woord over de stand van zaken over de luisterboeken in abonnementsdiensten, een markt die snel groeit, een kwart van de Nederlanders luistert wel eens naar een luisterboek. Geerlings vertelt dat onderzoeks- en adviesbureau Verian onderzoek heeft gedaan naar deze markt. De voorlopige conclusies: ‘Er is meer transparantie nodig én de vergoedingen voor schrijvers zijn veel te laag.'

Daarnaast vertelt ze dat Lira bezig is met een wervingscampagne. ‘Zo staan we nog sterker in alle onderhandelingen.’ Happy Horizon heeft voor Lira een campagne ontwikkeld die daar op gericht was en die inmiddels al enkele maanden van start is.

Tot slot neemt Felix Rottenberg weer het woord en stemt de zaal voor het gevoerde beleid van de stichtingen Lira en Lira Fonds. En is het tijd voor (her)benoeming van bestuursleden. We verwelkomen Bert Bouma als bestuurslid op voordracht van de Auteursbond en Jan-Jaap Heij op voordacht van de NVJ. We nemen afscheid van Franky Ribbens en van René Bogaarts, onder dankzegging voor hun jarenlange inzet en betrokkenheid. Maarten van der Werff wordt herbenoemd.

En daarmee is het tijd geworden voor de borrel en diner op deze prachtige plek met uitzicht op het IJ.

Dorine van der Wind



AI & Auteurschap: waarom Lira niet uitkeert voor het post-editen van machinevertalingen

Steeds meer vertalers en ondertitelaars krijgen met 'post-editing' te maken: een opdrachtgever levert geen brontekst meer aan, maar een door AI vertaald document. De opdracht is vervolgens om die vertaling te controleren, fouten te herstellen en de tekst geschikt te maken voor publicatie. Bij Lira krijgen we de vraag: kan ik dit werk opgeven voor een vergoeding? Het korte antwoord is nee. In dit artikel leggen we uit waarom.

AI & Auteurschap: waarom Lira niet uitkeert voor het post-editen van machinevertalingen

Beeld: Nahrizul Kadri / Unsplash

Wat is post-editing?
Bij post-editing heeft een vertaalmachine, tegenwoordig vaak een AI-systeem, de tekst al omgezet naar de doeltaal. Jouw opdracht is om die machinevertaling te controleren en te verbeteren: taalfouten eruit halen, onjuistheden corrigeren en de tekst geschikt maken voor gebruik. Soms is de instructie beperkt tot het wegwerken van de grootste fouten, soms wordt gevraagd de tekst op publicatieniveau te brengen. Maar in alle gevallen geldt: de vertaling lag er al toen jij begon.

Dat is iets anders dan zelf vertalen. En dat onderscheid is voor het auteursrecht – en dus ook voor Lira – bepalend.

Waarom keert Lira hiervoor niet uit?
Lira verdeelt vergoedingen voor auteursrechtelijk beschermde teksten. Het auteursrecht beschermt alleen werk dat het resultaat is van eigen creatieve keuzes van een menselijke maker. Een vertaling kan zo een beschermd werk zijn: een goede vertaler maakt voortdurend keuzes in woordkeus, ritme, toon en register. Juist die keuzes maken een vertaling tot méér dan een technische omzetting.

Een door AI gegenereerde machinevertaling is dat niet. Er is immers geen menselijke maker die de wezenlijke creatieve keuzes heeft gemaakt. Bij post-editing bestaan de werkzaamheden meestal uit het herstellen van fouten, gladstrijken van zinnen en het controleren van terminologie. Dat is waardevol en vakkundig werk, maar het heeft doorgaans het karakter van redactionele werkzaamheden. En redactionele werkzaamheden komen bij Lira niet voor uitkering in aanmerking. Dat staat zo in onze repartitiereglementen en dat is altijd al het uitgangspunt geweest: wie een bestaande tekst corrigeert of oppoetst, creëert geen nieuw beschermd werk.

Dat betekent niet dat een machinevertaling nooit zó ingrijpend kan worden bewerkt dat feitelijk een nieuwe vertaling ontstaat. In de praktijk is echter niet objectief vast te stellen waar de grens ligt tussen het corrigeren van een bestaande machinevertaling en het maken van een zelfstandige nieuwe vertaling.

Juist daarom hanteert Lira een heldere en uitvoerbare lijn: post-editing van machinevertalingen valt buiten het repertoire waarvoor Lira uitkeert. Niet omdat het werk geen waarde heeft, maar omdat de vergoedingen die Lira incasseert bestemd zijn voor makers van auteursrechtelijk beschermde werken.

AI als hulpmiddel is iets anders
Dit betekent niet dat je als vertaler geen AI mag gebruiken. Zoals we in de vorige editie al schreven: het gebruik van AI-tools sluit een tekst niet automatisch uit. Wie AI inzet als hulpmiddel binnen het eigen vertaalproces, maar zelf de creatieve keuzes maakt, maakt nog steeds een eigen vertaling. Die kan gewoon auteursrechtelijk beschermd zijn.

Daarom vragen we in de portal ook een verklaring dat de wezenlijke creatieve keuzes voor de uiteindelijke tekst door jou als auteur zijn gemaakt, ook wanneer je AI-tools hebt gebruikt. Werk dat bestaat uit het post-editen of controleren van een machinevertaling valt daar niet onder en kan dus niet worden opgegeven. Ook wanneer het om omvangrijke opdrachten gaat, verandert dat uitgangspunt niet.

Een vak in verandering
We begrijpen goed dat deze ontwikkeling voor veel vertalers en ondertitelaars ingrijpend is. De opkomst van machinevertalingen verandert het vak en de manier waarop opdrachten worden verstrekt. Veelal kiezen makers daar niet zelf voor. Dat raakt de beroepsgroep en die zorgen herkennen wij.

Tegelijkertijd is Lira bij de verdeling van vergoedingen gebonden aan het auteursrecht en aan de regels die gelden voor de vergoedingen die wij beheren. Binnen dat kader kunnen wij geen uitkeringen doen voor werkzaamheden die niet als auteursrechtelijk beschermde vertalingen kwalificeren.

Dat betekent niet dat Lira zich afzijdig houdt. Integendeel. Juist omdat AI grote gevolgen heeft voor makers, zetten wij ons op verschillende fronten in voor een sterke positie van auteurs en vertalers. Denk aan onze sommatie aan Meta, onze inzet voor meer transparantie en toestemming bij het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken voor AI-training en onze bijdrage aan zowel nationale als Europese discussies over AI en auteursrecht. Ook daarover blijven we je in deze rubriek informeren.

Kort samengevat
Geef je werk op bij Lira, dan geldt het volgende: heb je zelf een vertaling gemaakt en daarbij de wezenlijke creatieve keuzes gemaakt? Dan valt die vertaling binnen het repertoire waarvoor Lira uitkeert, ook als je onderweg AI als hulpmiddel hebt gebruikt.

Bestond je opdracht uit het controleren of post-editen van een bestaande machinevertaling? Dan kan dat werk niet worden opgegeven. Zo sluiten de uitkeringen van Lira aan bij het uitgangspunt waarop het auteursrecht is gebaseerd: bescherming van de eigen creatieve bijdrage van de maker.

Michelle Mastenbroek



Lira weet wat je woorden waard zijn

Met de campagne Lira weet wat je woorden waard zijn wilde Lira meer schrijvers bereiken die nog niet bij ons waren aangesloten. De campagne liep van eind maart tot eind juni 2026 en was online te zien via onder meer video’s, testimonials en socialmediaberichten. De campagne leverde meer zichtbaarheid én nieuwe aansluitingen op.

Lira weet wat je woorden waard zijn
 

De resultaten zijn positief. Tijdens de campagneperiode registreerde Lira 527 aansluitingen: 361 meer dan gemiddeld. Ook online werd Lira beter gevonden. Het websitebezoek steeg met 36% en vooral op Facebook en LinkedIn bereikten de berichten honderden schrijvers.

Daarmee heeft de campagne niet alleen gezorgd voor extra zichtbaarheid, maar ook dat meer schrijvers hun aansluiting bij Lira hebben afgerond. Dat is belangrijk, want hoe meer makers Lira vertegenwoordigt, hoe sterker we samen kunnen opkomen voor een eerlijke vergoeding voor tekst.

Blijven bouwen aan zichtbaarheid
Tegelijk laat de evaluatie zien dat gerichte opvolging belangrijk blijft. Een deel van de nieuwe aansluitingen kwam van makers die zich al eerder hadden aangemeld, maar hun aansluiting nog niet hadden afgerond. Lira kijkt daarom hoe we deze groep voortaan nog beter kunnen bereiken en begeleiden.

Er wordt verkend of de campagne volgend jaar zal worden herhaald. Daarnaast zal de inzet van sociale media verder worden uitgebouwd. Zo blijft Lira beter vindbaar voor schrijvers, scenarioschrijvers, journalisten, vertalers en andere tekstmakers die recht hebben op een vergoeding voor hun werk.

 



Controleer je gegevens en werken

In de tweede helft van het jaar voert Lira verschillende uitkeringen uit. Zorg er daarom voor dat je gegevens bij Lira actueel zijn. In Mijn Lira vind je alle gegevens die bij ons bekend zijn over jou en je werken. Je kunt deze altijd bekijken en, als dat nodig is, aanpassen of aanvullen.

Persoonsgegevens
Het is belangrijk dat Lira de juiste gegevens van je heeft. Deze gegevens vormen namelijk de basis voor eventuele uitkeringen. We vragen je daarom je gegevens in de portal te controleren voordat de komende uitkeringen plaatsvinden. Kloppen gegevens niet, of ontbreken er gegevens? Dan kun je die direct in de portal aanpassen of aanvullen.

Je kunt inloggen in Mijn Lira via je e-mailadres of relatienummer. Onder ‘mijn gegevens’ kun je zien welke gegevens wij hebben geregistreerd, zoals je adres en bankrekeningnummer. Controleer alles goed, zodat niets een uitkering in de weg staat.

Werken en aandelen
Ook je werken staan in de portal onder ‘Titeloverzicht’, verdeeld over verschillende categorieën. Een volledig overzicht kun je downloaden via de knop ‘Download Excel’ rechts bovenaan. Controleer of deze overzichten volledig en juist zijn. Let bijvoorbeeld op de boekprijs bij boeken en op je aandeelpercentage bij werken. Ontbreekt er een werk? Dan kun je dit via het contactformulier aangeven. Let op: in de portal staan alleen werken die mogelijk voor een vergoeding in aanmerking komen. Het is dus geen volledig overzicht van je hele oeuvre.



Schrijven geeft vrijheid

In buurthuis Ru Paré in Amsterdam Nieuw-West vond in juni de boekpresentatie plaats van Stichting Blocknotes. Het ging om de bundel Uitgeteld, met verhalen en gedichten van oud gevangenen.

Schrijven geeft vrijheid

Blaze leest zijn eigen gedicht voor | Beeld: Lariza Zaldi

De Vrijschrijvers zijn een online schrijfgroep met schrijvers die eerder deelnamen aan schrijfgroepen binnen de penitentiaire inrichting (PI) van Stichting Blocknotes. Deze schrijfgroep beviel zo goed dat zij sinds begin 2025 ook buiten de gevangenis samen blijven schrijven om hun pen en gedachten scherp te houden.

Stichting Blocknotes
Mede oprichter en schrijver Christine Otten gaf al jaren schrijfworkhops aan schrijvers in detentie in de penitentiaire inrichting Heerhugowaard. ‘Ik zag daar wat schrijven in een groep kan betekenen voor mensen die worden uitgesloten. Het verbindt de groep met elkaar en ze voelen zich gezien en gehoord door de buitenwereld’ Tijdens de lockdown van 2020 koppelde zij tien gedetineerden aan tien schrijvers van buiten de gevangenis. Dat resulteerde in de proza- en poëziebundel Gevangenispost, die nog altijd verkrijgbaar is.

Wat begon als een tijdelijk project groeide uit tot Stichting Blocknotes, die inmiddels vijf jaar bestaat. De stichting organiseert creatieve schrijfprojecten in gevangenissen, waarbij schrijvers van binnen en buiten samenwerken aan literair werk. Voor schrijvers in detentie  biedt dat de kans om talenten te ontwikkelen en zich op een positieve manier te uiten. Ze werken samen met schrijvers op basis van gelijkwaardigheid en inspireren elkaar. Samen brengen ze andere stemmen en geluiden in de literatuur.

Naast workshops en publicaties organiseert Blocknotes het jaarlijkse Binnen-Buitenfestival. Ook bij bundels als Uitgeteld zijn deelnemers nauw betrokken. Daarnaast maakt de stichting, samen met pas afgestudeerde illustratoren, poëzieposters die de teksten van deelnemers zichtbaar maken voor een breder publiek.

‘Het is een bundel over veerkracht en hoop van mensen die gehoord willen worden’

De boekpresentatie
Voor de lancering van de eerste bundel van de online schrijfgroep van oud gedetineerden kwam een kleine groep betrokkenen samen. Onder het genot van een maaltijd uit de community keuken van Ru Paré wisselden zij ervaringen uit. Tussen de gerechten door droegen schrijvers voor uit het boek. Christine Otten opende de avond met het gedicht Schrijven om te overleven van Amma Sewa.

Ik schrijf om te overleven, om de pijn te verzachten
Voor mijn oh zo levendige ziel wil ik vechten,
Met elke penstreek herstel ik mijn bestaan,
In de stilte van mijn cel, mogen mijn dromen voortgaan.

Christine Otten vertelt: ‘De bundel ‘Uitgeteld’ is in vrijheid gemaakt. In de gevangenis moeten alle teksten eerst gecontroleerd worden voor ze naar buiten kunnen. Omdat het hier om oud-gedetineerden gaat hoefde dat niet. Literatuur is vrijheid; je kunt in de huid kruipen van een ander. Het is net magie. Door te schrijven voel je je even niet gevangen. Het is een bundel over veerkracht en hoop van mensen die gehoord willen worden.’

 

Gastschrijver Babs Gons, oud Dichter der Nederlanden, treedt eveneens op. Zij zette spoken word op de kaart en gaf daarover eerder een workshop in de gevangenis. Ze leest voor uit haar nieuwste bundel Wie zijn we morgen? en geeft de aanwezigen een les mee: ‘Als je het wilt, kan je het.’ Geheel passend bij haar gedicht met een mooie boodschap: Doe het toch maar.

Vinden van je stem
Aanwezig is ook Lara Nasser die een groep begeleidt in de vrouwengevangenis in Ter Peel en een online schrijfgroep. ‘Onze opzet bij beide schrijfgroepen is hetzelfde. We beginnen met een rondje waarin iedereen vertelt hoe het gaat. We werken met een thema, zoals dood, vrijheid of God. Samen lezen we fragmenten uit andere boeken, van modern tot klassiek, ter inspiratie. Daarna volgt een schrijfopdracht van twintig minuten. Vervolgens delen we wat we hebben geschreven en geven we elkaar suggesties.’ De spelregels zijn altijd duidelijk: alles wat in de groep gebeurt, blijft in de groep. En niets is fout. Nasser: ‘Het mooie is wanneer deelnemers hun stem hebben gevonden en daar zelf verbaasd over zijn. Het is fijn voor hen om eindelijk gehoord en gelezen te worden. In de gevangenis moet je altijd sterk zijn, maar in deze groep mag je kwetsbaar zijn. Het is een veilige plek.’

‘Door te schrijven voel je je even niet gevangen’

Dat vindt Christine Otten ook zo mooi aan deze groepen. ‘Gedetineerden worden vaak onderschat, maar schrijven werkt geweldig voor je ontwikkeling. Het gaat over wie ze zijn; in poëzie kan alles. Deelnemers vertellen me dat ze sinds het schrijven een betere relatie met hun vrouw en kinderen hebben. In de groep is er zoveel liefde en warmte. Het is fijn om iets moois te bieden op een lelijke plek.’

Vorm van therapie
Ook te beluisteren deze avond zijn luisterfragmenten van deelnemers die vertellen hoe waardevol de schrijfgroep voor hen is.  Zoals: ‘Het doet mij heel veel. Het is een soort therapie. Ik zet het op papier en hoop dat iemand zegt: ik zie jou. Terug in mijn cel schrijf ik mijn ervaringen op. Je komt even op andere gedachten. Het is een vorm van ontsnappen. Je bent met lotgenoten, luistert naar elkaar en wordt gehoord.’ Ook de deelnemers op het podium vertellen dat de schrijfgroep iets was om naar uit te kijken en een groot verschil heeft gemaakt.

Als laatste komt ex-gedetineerde en kickbokskampioen Blaze aan het woord. Hij vertelt dat hij van ver kwam: hij kwam in de schrijfgroep met pijn, woede en frustratie. Maar door te leren schrijven zijn er mooie dingen op zijn pad gekomen. ‘Wie had vijf jaar geleden gedacht dat dit de vijfde bundel is waar ik in sta? Schrijven geeft vrijheid. Het is fijn dat mensen onze emoties horen. Van Christine heb ik zachtjes leren schrijven. Dat horen jullie de volgende keer, want Blocknotes is nog niet van me af!’


Ik ben niet mijn verleden, dat is niet wie ik ben,
Wat ik ermee doe, is wat ik echt ken,
Ik bouw een nieuw pad, stap voor stap
In de spiegel zie ik sterkte, geen al te grote hap

Amma Sewa


Stichting Blocknotes werd mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds

Dorine van der Wind



Nieuwe Lira-portal enthousiast ontvangen

De nieuwe Lira-portal is live en de eerste reacties zijn positief. Aangeslotenen noemen de portal mooi, fris en overzichtelijk. Vooral het vernieuwde titeloverzicht, met covers van boeken erbij, valt in de smaak. Ook kwamen er meteen handige tips en vragen binnen waarmee we de portal verder kunnen verbeteren.

Nieuwe Lira-portal enthousiast ontvangen


Mooi, fris en overzichtelijk
Na de lancering van de nieuwe Lira-portal in het najaar van 2025 kwamen er al snel enthousiaste reacties binnen. Gebruikers zijn blij met de nieuwe uitstraling en vinden de portal prettig in gebruik. Zo kregen we reacties als: “Gefeliciteerd met de fraaie nieuwe site!” en “Ik zag zojuist uw vernieuwde site. Prachtig en heel overzichtelijk. Een aanzienlijke verbetering.”

‘Prachtig en heel overzichtelijk. Een aanzienlijke verbetering’

 Anderen noemen de portal mooi, fris en duidelijk. Een paar reacties: “Mijn complimenten voor de mooie nieuwe website”, “Nieuwe website, fris!” en “Veel waardering voor de totaal vernieuwde site! Heel overzichtelijk zo! Bedankt!”

Titeloverzicht met covers springt eruit
Vooral het vernieuwde titeloverzicht wordt vaak genoemd. Titels zijn gemakkelijker terug te vinden en de covers maken het geheel herkenbaarder en levendiger. Daarover kregen we bijvoorbeeld deze reactie: “Jullie zijn duidelijk bezig de website te vernieuwen en verfrissen, mooi! En wat ziet het titeloverzicht met de boekomslagen er schitterend uit, nu leeft het meer (behalve van de oudere vertalingen dan, maar dat komt wellicht nog)!”

De omslagen bij de boeken werden vaker gewaardeerd, en zo ook de indeling per jaar: “Wat een mooie nieuwe site! Fijn ook, die rangschikking per jaar en de omslagen van de boeken erbij. Zo zie ik snel of er iets ontbreekt.” En: “Hartelijk dank voor jullie nieuwe website waarin alle uitgaven overzichtelijk en met cover(!) zijn afgebeeld.”

‘En wat ziet het titeloverzicht met de boekomslagen er schitterend uit, nu leeft het meer’

Samen verder verbeteren
De eerste reacties laten zien dat de nieuwe portal goed wordt ontvangen. Tegelijkertijd leverden gebruikers ook meteen praktische verbeterpunten aan, zoals een melding bij wijzigingen en een knop die niet goed werkte. Die vragen en opmerkingen helpen ons om de portal verder te verbeteren. Zo maken we de omgeving stap voor stap duidelijker, completer en gebruiksvriendelijker.

Klik hier om direct naar de portal te gaan



Het verdienmodel van Wies Verbeek

Wies Verbeek (62) werkte aanvankelijk als producent van tv-commercials, maar maakte op haar 38e de overstap naar de tijdschriftenwereld, waar ze jarenlang actief was als journalist en chef-redactie.

Het verdienmodel van Wies Verbeek

Beeld: Martine Berendsen

Verbeek was medeoprichter van het platform SAAR en specialiseerde zich in gezond ouder worden. In 2018 lanceerde ze BLOW ('n Beetje Leuk Ouder Worden), de naam van zowel haar website als haar eerste boek. Daarna verscheen Handboek voor zestigers (2025). Daarnaast schrijft ze blogs en nieuwsbrieven, maakt ze podcasts en geeft ze lezingen en workshops.

Wat was je eerste schrijfopdracht?
‘Als producent bij een reclamebureau vond ik het op een gegeven moment frustrerend dat ik steeds de ideeën van anderen uitwerkte. Ik wilde met mijn eigen ideeën aan de slag en creatiever bezig zijn. Ik schreef altijd al graag, maar kon ik het ook? vroeg ik me af. Ik heb toen vrijblijvend 3 artikelen opgestuurd, naar onder meer tijdschrift Yes en de Volkskrant. Dat was op no cure no pay basis. Tot mijn grote blijdschap werden alle drie de stukken geplaatst. Ik kreeg er dus ook voor betaald. Het was de start van mijn carrière als journalist en schrijver.’

Volgde daarna direct meer werk?
‘Ik had bedacht dat ik, om het vak te leren, stage wilde lopen. Ik belde de hoofdredacteur van Margriet en stelde voor om een week mee te draaien op de redactie. ‘Daar hebben wij niets aan, en jij ook niet’, antwoordde ze, maar ze bood me wel een serieuze stage aan, van januari tot en met juni. Zonder baangarantie. Maar ik kon niet zonder meer mijn baan opzeggen, ik moest wel ergens van leven. Een dag later zei ik toch ja. Het was een geweldige leerschool, waarna verschillende banen in de bladenwereld volgden en ik steeds meer ontdekte wat ik goed kon en wilde.’

Uit welke bronnen komen je inkomsten?
‘Nu werk ik alweer een hele tijd als freelancer. Ik schrijf boeken, en heb mijn eigen online platform over het op een leuke en gezonde manier ouder worden, gebaseerd op wetenschappelijke informatie. Behalve inkomsten van mijn boeken en het schrijven van artikelen, is er ook ander betaald werk uit voortgekomen. Zoals het geven van presentaties, lezingen en workshops en het schrijven van vaste rubrieken in verschillende tijdschriften en op websites. Heel soms schrijf ik branded content of word ik op basis van mijn expertise benaderd om mee te denken over bijvoorbeeld een tv-programma of een lijn of product gerelateerd aan mijn onderwerp.’

 

 

 

Waarmee zou je in een ideale wereld het liefst je hele inkomen verdienen?
‘Ik ben heel blij dat ik kan leven van de inkomsten uit mijn huidige werk. Maar, om steeds weer gevraagd te worden, ben ik veel bezig met mijn nieuwsbrief en social media. Tijd en energie die ik liever in het werk zelf zou steken. Ik vind het pittig om zelf een platform te onderhouden, ik ben geen groot fan van Facebook of Instagram en van jezelf steeds moeten exploiteren (persoonlijke posts scoren nu eenmaal het best). In mijn ideale wereld zou ik daarvoor iemand in dienst nemen, maar daarvoor verdien ik nu niet genoeg.’

Biedt de Nederlandse context auteurs voldoende middelen van bestaan?
‘Behalve een hele kleine groep zeer succesvolle schrijvers verdient niemand veel aan een boek. Mijn eerste boek heeft relatief goed verkocht, maar dan nog staan de inkomsten niet in verhouding tot de inspanning die het kostte om het te schrijven. Als ik kijk naar wat luisterboeken en digitale boeken opleveren, is het bijna beschamend. En in de kranten- en bladenwereld staan tarieven al jaren zwaar onder druk. Dus, nee, een goede context is het niet. Het is dat ik een goedkoop huurhuis heb en geen kinderen, maar anders zou ik er vast ander werk naast moeten doen. Tegelijkertijd is het een bijzonder lastig vraagstuk. Want als je bijvoorbeeld boeken en tijdschriften duurder zou maken, kunnen nog minder mensen ze betalen en verkoop je nog minder.’

Wat was tot nu toe voor jou de beste investering in je vakmanschap?
‘Als eerste die stage, waardoor ik een carrière-switch kon maken. Maar mijn beste investering van de afgelopen periode was toch wel dat ik dat boek heb geschreven. Ik schrijf niet snel, neem het heel serieus, wik en weeg en sprak heel veel mensen. Dat koste bij elkaar echt veel tijd, waarin ik geen ander – betaald – werk kon doen. Maar het heeft me gebracht waar ik helemaal tot mijn recht kom.’

Heb je een gouden tip voor andere schrijvers?
‘Ik raad journalisten en schrijvers aan een niche te kiezen en zich in een onderwerp te specialiseren. Als je ergens veel vanaf weet en er vaak over schrijft, dan word je ook steeds vaker gevraagd om over dat onderwerp of vakgebied te schrijven en vertellen. Belangrijk daarbij is wel dat het onderwerp breed genoeg is, zodat je er steeds weer iets nieuws in kunt aanboren, en dat het je echt interesseert. Dat merkt je publiek. En anders ben je er zelf waarschijnlijk ook redelijk snel weer op uitgekeken.’

Deirdre Enthoven



Vertalersgeluktournee; een eerbetoon aan de vertalers

In boekhandel Donner in Rotterdam geven vertalers Jan Willem Bos en Charlotte van Rooden een uniek inkijkje in het vertalen van romans uit het Roemeens naar het Nederlands.

Vertalersgeluktournee; een eerbetoon aan de vertalers

Vlnr Jan Willem Bos, Pavle Trkulja en Charlotte van Rooden / Beeld: Boekhandel Donner


Literair vertalers toeren in mei en juni door Nederland om hun vertaalgeluk te delen. De Vertalersgeluktournee laat zien hoe het vertaalproces in zijn werk gaat en hoe vertalers een Nederlandse stem geven aan romans uit onder meer de Roemeense, Franse, Noorse, Engelse, Duitse en Italiaanse literatuur.

Half juni is het in boekhandel Donner de beurt aan Jan Willem Bos, vertaler van Theodoros van Mircea Cărtărescu (De Bezige Bij), en Charlotte van Rooden, vertaler van Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu van Iulian Bocai (De Geus). Beide vertalers zijn samen met hun auteurs genomineerd voor de Europese Literatuurprijs.

Achtergrond van de vertalers
Jan Willem Bos (1954) vertaalde zo'n dertig boeken uit het Roemeens en publiceerde daarnaast ongeveer tien boeken over Roemenië. Voor zijn inspanningen, en met name voor zijn vertalingen van het werk van Mircea Cărtărescu, ontving hij in 2019 de Cultuurfonds Vertaalprijs Martinus Nijhoff. Charlotte van Rooden (1993) vertaalt uit het Roemeens en het Duits. Van 2021 tot 2023 werkte zij als gastlector bij de vakgroep Neerlandistiek aan de Universiteit van Boekarest. In 2025 ontving zij van het Nederlands Letterenfonds de eerste Vertaaltalentprijs voor haar vertalingen uit het Roemeens.

In gesprek met de vertalers
Voorafgaand aan de bijeenkomst spreek ik beide vertalers in het café van de boekhandel. Jan Willem Bos en Charlotte van Rooden blijken de enige twee actieve vertalers uit het Roemeens naar het Nederlands te zijn. Van Rooden: ‘We maken altijd de grap dat we niet samen mogen reizen, want als er dan iets gebeurt is er geen vertaler meer over. Alleen hebben we dat net wel gedaan.’ Bos: ‘Ik maakte me zorgen over de toekomst van de Roemeense literatuur in Nederland, totdat ik Charlotte ontmoette.’ Van Rooden vertelt dat Bos vanaf het begin zeer behulpzaam was en dat ze altijd bij hem terechtkan voor overleg. Bos vult aan dat ze elkaars werk lezen en samen vertaalproblemen bespreken.

‘Het is net puzzelen, dat maakt ons werk zo uitdagend’

Volgens Van Rooden kunnen die problemen bijvoorbeeld gaan over scheldwoorden. ‘In het Nederlands zijn we daar vrij saai in; we hebben maar een paar scheldwoorden. In het Roemeens maken ze daar iets heel bijzonders van.’ Bos vertelt dat hij een hele zomer heeft nagedacht over een fragment waarin jongens elkaar schunnige moppen vertellen. ‘Ik had stapels papier met Nederlandse uitdrukkingen. Zo'n fragment kan ik niet letterlijk vertalen, dan werkt het niet. Ik heb het volledig herschreven. Dat overleg ik altijd met de auteur. Mijn eerste verantwoording ligt bij hem, maar daarna bij de lezer, die het uiteindelijk moet kunnen begrijpen.’

 

‘Het is net puzzelen,’ zegt Van Rooden. ‘Dat maakt ons werk zo uitdagend.’ Tegelijkertijd vraagt het veel research. ‘In mijn boek wordt een varken geslacht volgens tradities die in Roemenië bekend zijn, maar die ik de Nederlandse lezer moet uitleggen. Anders is het niet te begrijpen.’ Beide vertalers benadrukken dat hun werk niet vanzelf op hen afkomt. Soms moeten zij jarenlang aandacht vragen voor een boek voordat een Nederlandse uitgever geïnteresseerd raakt.

Europese Literatuurprijs
Na ons gesprek is het tijd voor de bijeenkomst in het theater van Donner. De boekhandel beschikt niet alleen over de grootste collectie boeken van Nederland, maar ook over een eigen theaterzaal. Pavle Trkulja, slavist en Balkankenner, opent de middag met een toelichting op de Europese Literatuurprijs. Deze prijs bekroont jaarlijks de beste roman die vanuit een Europese taal naar het Nederlands is vertaald. Zowel de schrijver als de vertaler van de winnende roman ontvangt 10.000 euro prijzengeld. Jan Willem Bos en Charlotte van Rooden staan beiden op de longlist.

Als eerste vertelt Jan Willem Bos over Theodoros van Mircea Cărtărescu. De auteur is in Roemenië een ware literaire sensatie. Het boek was lastig te vertalen omdat het volledig in de tweede persoon is geschreven. Op de eerste pagina kwam het woordje 'je' al dertig keer voor. Daar moest een oplossing voor worden gevonden. Daarnaast is het taalgebruik geïnspireerd op de negentiende eeuw. Om de juiste toon te treffen stelde Bos een lijst samen met woorden die tegenwoordig nauwelijks nog worden gebruikt, zoals 'snoeven' en 'avondrood'. Ook de zeer lange zinnen maakten het vertaalwerk complex. Juist die uitdagingen maken het werk van vertaler zo mooi.

‘Soms moest ik behoorlijk ingrijpen om de grap te redden’

Vervolgens vertelt Charlotte van Rooden over Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu van Iulian Bocai. Ze was direct verliefd op de novelle en zette zich sinds 2021 in om het boek vertaald te krijgen. Ze had veel plezier in het vertalen, hoewel ook dit boek lange zinnen en ingewikkelde bijzinnen bevatte. Het taalgebruik wisselt voortdurend tussen plechtig en plat. Daarnaast komt er een associatie met een insect in voor, waarvoor zij creatieve oplossing moest vinden. Zij neemt het publiek hierin mee. Ook hier blijkt een letterlijke vertaling vaak onmogelijk. ‘Soms moest ik behoorlijk ingrijpen om de grap te redden.’ Om zich nog beter in het verhaal te kunnen verplaatsen, bezocht Van Rooden samen met de auteur zelfs het dorp waar de roman zich afspeelt.

Uitdagingen
Als intermezzo lost Levente Vervoort, lid van de Vereniging van Letterkundigen en literair vertaler, samen met het publiek een vertaalprobleem op. Het gaat om een tekst uit 1941, waarin beleefd taalgebruik wordt gecombineerd met grove formuleringen. Het publiek krijgt drie mogelijke vertalingen voorgeschoteld. De oefening maakt goed inzichtelijk voor welke keuzes een vertaler komt te staan. Daarna gaat moderator Pavle Trkulja met beide vertalers in gesprek over hun werkwijze en krijgt het publiek de gelegenheid om vragen te stellen.

Het is mooi om te zien hoeveel aandacht er tegenwoordig is voor het werk van vertalers, zowel in de vorm van prijzen als tijdens inhoudelijke bijeenkomsten als deze middag. Hoewel hun werk onder druk staat van AI, laat deze bijeenkomst zien dat vertalers onvervangbaar zijn.

 De Vertalersgeluktournee werd mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds.

Dorine van der Wind



Btw-wijziging e-lending

Onlangs zijn de leenvergoedingen vastgesteld voor uitleningen van e-books (e-lending) in de tweede helft van 2025. Anders dan voorheen wordt sinds begin 2026 over deze vergoeding geen btw meer geheven.

Achtergrond
Sinds 2019 ontvangt en verdeelt Lira de leenvergoedingen voor e-books onder de tekstmakers. Deze zogeheten ‘e-lending-vergoedingen’ ontvangt Lira op grond van het Convenant e-lending. Dit Convenant heeft betrekking op oorspronkelijk Nederlandstalige en in het Nederlands vertaalde buitenlandse titels onder het segment ‘algemene boek’, verschenen bij Nederlandse uitgevers.

Btw-wijziging
Bij eerdere uitkeringen van de e-lending-vergoeding ontvingen btw-plichtige auteurs hun vergoeding inclusief btw. De e-lending-vergoeding werd namelijk behandeld als een met btw belaste vergoeding voor een door de maker verrichte prestatie, en niet als een wettelijke leenrechtvergoeding die buiten de btw-heffing valt. 

 

Op instructie van de Belastingdienst is dit per 1 januari 2026 gewijzigd: e-lending moet niet langer met btw worden gefactureerd. Daarom wordt vanaf de repartitie over de tweede helft van 2025 (2025/H2) geen btw meer uitgekeerd.

Correctie 2026
Helaas waren de btw-instellingen bij de repartitie over 2025/H2 niet correct aangepast, waardoor ten onrechte btw werd berekend. Daardoor was er op sommige facturen per ongeluk toch btw opgenomen. Daarom moesten we de repartitie opnieuw uitvoeren, sommige facturen aanpassen en de uitbetaling tijdelijk aanhouden. De relevante repartitiefacturen zijn gecorrigeerd en de juiste bedragen zijn inmiddels uitgekeerd.We betreuren het dat veel schrijvers hierdoor langer op hun vergoeding hebben moeten wachten dan ze van ons gewend zijn en dat wij hierover niet eerder hebben gecommuniceerd. Onze oprechte excuses hiervoor.



Twee generaties: Ileen Montijn en Jonathan van het Reve

Ileen Montijn (73) is historica, schrijfster en columniste. Haar zoon Jonathan van het Reve (42), kleinzoon van Karel van het Reve en achterneef van Gerard van het Reve, is romanschrijver, columnist en televisiemaker.

Twee generaties: Ileen Montijn en Jonathan van het Reve



Jonathan heeft bekende schrijvers als voorouders. Ileen, zit het schrijven ook bij jou in de familie?

Ileen: ‘Mijn grootvader van moederskant en grootmoeder van vaderskant schreven allebei. Ook ik ben dus van twee kanten belast met de neiging om te schrijven en de liefde voor de letteren.’ 

Zat het schrijven er bij jou altijd al in?

Ileen: ‘Als kind hield ik een dagboek bij en schreef ik gedichten. Tijdens mijn studententijd had ik een column in het universiteitsblad. Het leek me wel wat om bij een krant te werken, en tot mijn verrassing lukte dat. Na mijn afstuderen ging ik bij NRC Handelsblad aan de slag, op de redactie buitenland.’ 

Jonathan: ‘Dat wist ik helemaal niet, dat je daar begonnen bent. Wat deed je daar dan?’

Ileen: ‘Als redacteur West-Europa had ik allemaal telefoonlijnen met correspondenten in verschillende landen. En als ze er geen correspondent hadden, mocht ik er wel eens heen. Heel leerzaam, maar veel te politiek voor mij.’ 

Jouw achtergrond is geschiedenis en kunstgeschiedenis, kon je doorschuiven naar een plek waar dat meer tot zijn recht kwam?

Ileen: ‘Ik kwam daarna inderdaad in de culturele hoek terecht, al snel deed ik onderzoek en schreef ik een boek. In de maand waarin Jonathan geboren werd, november 1983, kreeg ik mijn eerste kind, mijn eerste boek en mijn eerste computer.'

Jonathan, jij hebt meerdere beroemde schrijvers in jouw familie. Was het onontkoombaar dat jij ook ging schrijven?

Jonathan: ‘Schrijven lag ook mij als kind al wel, maar over professioneel schrijven dacht ik niet na. Ik werd meer gestimuleerd om iets met mijn bètabrein te gaan doen dan om te gaan schrijven. Ik ben wis- en natuurkunde gaan studeren, en later nog een tijdje geschiedenis.  Professioneel schrijven begon bij mij pas toen duidelijk was dat studeren niets voor mij was.’

Ervaarde je een bepaalde druk door je schrijvende voorouders?

Jonathan: ‘Ik heb het voordeel dat er een generatie tussen hen en mij in zit. Als het je ouders zijn, heb je misschien het gevoel dat je ze moet overtreffen of de erfenis overeind moet houden. Maar dat gevoel heb ik nooit gehad. Gerard en Karel waren meer onbereikbare dinosauriërs, waar ik geen last van had. Misschien eerder profijt. Mijn eerste debuut in 2007 kreeg veel recensies. Dat was zonder mijn bekende achternaam vast minder geweest.’ 

Ileen, hoe vond jij het dat Jonathan alsnog ging schrijven? 

Ileen: ‘Dat hij zijn studies niet afmaakte, vond ik jammer, maar ik dacht ook: hij komt wel op zijn pootjes terecht. Ik vond het leuk dat hij wilde schrijven, ook omdat ik wist dat hij dat goed kon. Als student maakte jij een eigen krantje ‘Rosa’, weet je nog?’ 

Jonathan: ‘Het was een literair tijdschrift dat ik samen met een paar vrienden maakte, maar het stelde weinig voor. In drie jaar tijd zijn er twee piepkleine edities verschenen.’

Ileen: ‘Ik moest verschrikkelijk lachen om een verhaal dat je daarin schreef. Ik dacht toen, hij kan echt schrijven!’

‘Ik denk dat wanneer jij astronaut was geweest, ik daar wel belangstelling voor had gehad’

Jonathan, ik las dat voor je ging schrijven, je eerst nog als hulpkok werkte.

Ileen: ‘Oh ja, dat vond ik ook heel leuk, ik heb jaren columns over eten geschreven.’

Jonathan: ‘Dat was helemaal langs mij heen gegaan. Dat mijn moeder überhaupt schreef, daar stond ik als kind niet bij stil. Het was gewoon haar werk en ze deed er ook bescheiden over. Ze verkocht het niet aan ons.’ 

Ileen: ‘Kinderen zijn meestal niet zo bezig met wat hun ouders doen, en je moeder is misschien ook altijd een beetje gênant.’ 

Jonathan: ‘Ik denk dat wanneer jij astronaut was geweest, ik daar wel belangstelling voor had gehad.’

Heeft jouw moeder als schrijfster je op een bepaalde manier geïnspireerd?

Jonathan: ‘Toen ik mijn eerste roman schreef, had ik mijn moeder niet als voorbeeld, aangezien zij non-fictie schreef. En toen ik net als zij columns ging schrijven, was ik zo jong en arrogant dat ik dacht geen voorbeeld nodig te hebben. Pas veel later ben ik gaan beseffen hoe goed mijn moeders columns waren.’ 

Ileen: ‘We overlapten elkaar ook niet. Toen Jonathan columns ging schrijven, was mijn column in de NRC al een aantal jaar gestopt.’ 

 

 

Lezen jullie wel eens iets van elkaar voor het gepubliceerd wordt?

Ileen: ‘Ik heb een nieuw boek op stapel staan. Toen ik het manuscript naar mijn uitgever stuurde, besloot ik het ook aan mijn kinderen en hun partners te sturen (Jonathan heeft nog een broer, Maarten). Jonathan heeft zich toen serieus over dat manuscript gebogen en een paar ontzettend goede redactionele opmerkingen gemaakt.’

Jonathan: ‘Doordat ik er met de ogen van een redacteur naar keek, zag ik ineens hoe goed jij schrijft. De keuzes die je maakt, wat je laat zien en wat je weglaat, dat vind ik heel knap gedaan.’ 

Ileen, wat bewonder je aan Jonathans manier van schrijven?

Ileen: ‘Als non-fictie schrijver doe ik onderzoek en vertel ik wat ik gevonden heb op een nette en hopelijk animerende manier. Als ik Jonathans werk lees, denk ik: hij is echt een fictieschrijver. Hij denkt na over wat hij wil zeggen en maakt er vervolgens iets grappigs van.’

Jonathan, laat jij wel eens iets aan je moeder lezen?

Jonathan: ‘Ik laat nooit iets aan iemand lezen. Ook niet aan mijn moeder, maar dat is dus niets persoonlijks. Als je voor televisie schrijft, word je werk continu gelezen en beoordeeld door anderen, maar bij fictie voel ik die noodzaak niet.’

Ileen: ‘Ik ben altijd verbaasd hoeveel meelezers er in een boek worden bedankt. Ik heb bijna nooit meelezers.’

Jonathan: ‘Het zou misschien wel verstandig zijn om mensen er vooraf naar te laten kijken, daar kan het een beter boek van worden. Maar het geeft veel extra werk. Ook als je er niets mee doet, moet je er toch ten minste beleefd mee omgaan. Want je hebt er wel om gevraagd, en meelezers hebben er veel tijd in geïnvesteerd.’

Lijken jullie als schrijvers op een bepaalde manier op elkaar?

Ileen: ‘We hebben wel dingen gemeen, ook als columnisten. Zoals de afkeer van het etaleren van je eigen huiselijke of emotionele sores. Dat hebben we beiden nooit gedaan.’ 

Jonathan: ‘De lichtvoetigheid die jij in je columns had, heb ik ook nagestreefd, maar bij mij werd het toch vaak te hermetisch.’

Ileen: ‘Jij bent gewoon politieker!’

Jonathan: ‘Maar je hebt ook politieke columnisten die het lukt om over één gedachte een column te schrijven. Ik bedenk meestal te veel, wat er allemaal in moet waardoor het te vol werd.’

‘We hebben als columnisten wel dingen gemeen. Zoals de afkeer van het etaleren van je eigen huiselijke of emotionele sores’

Hebben jullie wel eens overwogen om iets samen te schrijven?

Tegelijk: ‘Nee!’

Ileen: ‘Ik heb nooit samen met iemand geschreven.’

Jonathan: ‘Ik doe dat voor tv nu dus steeds. En ik heb met vrienden samen een muziektheaterstuk en een kookboek geschreven. Ik vind het ook wel moeilijk om met iemand met wie je al een andere relatie hebt, ineens professioneel te moeten samenwerken. Dan moet je elkaar aan deadlines houden en voel je je schuldig over je eigen inbreng. Maar het lijkt me ook wel leuk om met jou samen een keer iets te doen. Nu ik met een redactionele bril naar jouw nieuwe boek heb gekeken, ben ik ook wel benieuwd naar jouw werkwijze.’

Ileen: ‘Er zou wel een onderwerp moeten zijn waarbij het logisch is dat we dat samen oppakken.’

Bestaat er zo’n onderwerp?

Jonathan: ‘Ik denk meteen aan iets met boten en geschiedenis. Ik ben gek op boten, ik woon op een boot. En dat type boot stamt meestal uit de late 19e of vroege 20e eeuw, precies de periode waarin mijn moeder gespecialiseerd is. Daar komt best wat samen. En anders, misschien leuk voor Lira: een gezamenlijke column?’


Ileen Montijn (1952) is historica, schrijfster en voormalig journaliste. Ze studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis in Leiden en werkte jarenlang voor NRC Handelsblad, eerst als redacteur en later als columnist. In haar boeken en artikelen richt zij zich op sociale en culturele geschiedenis, met bijzondere aandacht voor smaak, wonen, mode en standsverschillen. Ze verwierf grote bekendheid met ‘Leven op stand 1890-1940’, een standaardwerk over het dagelijks leven van de Nederlandse elite. Eind 2026 verschijnt haar nieuwe boek ‘Later zul je dit lezen’, een historisch werk over babyboeken, in zwang tussen 1890 – 1960.

Jonathan van het Reve (1983) is schrijver, columnist en televisiemaker. Hij schreef de novelle ‘De boot en het meisje’ (2007) en de roman ‘Fidelio leeft nog’ (2022), en publiceerde verschillende essays en bundels. Hij schreef jarenlang columns voor onder meer Het Parool, Vrij Nederland en de Volkskrant. Daarnaast is hij hoofdschrijver en correspondent in beeld bij LUBACH. Zijn werk staat bekend om de combinatie van humor, zelfspot en scherpe observaties van het dagelijks leven. Hij werkt momenteel aan een nieuwe roman.

Deirdre Enthoven



Dag mevrouw Berk, dag lieve Marjan,

Ik maakte kennis met Marjan toen zij begin deze eeuw toetrad tot het Lira-bestuur, waarin ik penningmeester was. Wij zochten altijd een zo breed mogelijke waaier van bestuursleden uit de ‘schrijvende sector’, van scenaristen tot romanciers, van dichters tot journalisten tot vertalers.

Dag mevrouw Berk, dag lieve Marjan,

Beeld: Ed van Rijswijk

En in Marjans geval waren we ook nog eens op zoek naar een goedverkopende auteur, dus wie konden we beter vragen dan ‘de koningin van het lichte boek’, zoals het weekblad Opzij haar eens had gedoopt. Marjan bleek een groot fan van Ian McEwan, van wiens werk ik al jaren de vaste vertaler was, en toen ik haar eens een vers verschenen vertaling bracht, zag ik in de tuin van het Occo-hofje voor het eerst een zelfrijdende grasmaaier. Die hadden ze daar Maaike genoemd, een naam waarin ik haar hand vermoedde en waar ik erg om moest lachen.

We raakten vrij snel bevriend, zeker toen ik verhaaltjes over mijn kleinzoon ging schrijven en zij maar al te graag op het lijstje ontvangers daarvan wilde. Ze publiceerde er zelfs nog eens een in haar Margriet-column. Ze had zelf ook een enorm warme band met een opa gehad en stak graag de loftrompet over de zegen van ‘goeie opa’s’. En telkens weer maande ze me ‘toch eens iets met die verhaaltjes te doen’ (oftewel er een boekje van te maken – onbegrijpelijk vond ze het dat ik dat niet deed).

Ook toen Marjan bestuurslid af was, bleef ze een trouwe vriendin van Lira. Jaarvergaderingen waren uitje en reünie ineen en alleen als ze te slecht ter been was, sloeg ze een enkele keer over. Met taxi en stok en rollator en vol stoute grappen bleef ze verschijnen. (‘Een aangenaam uitstapje met warm eten toe,’ noemde ze dat zelf.)

Ze was gul, wat te meer bleek toen ze – het is een bekend verhaal – een miljoen in de Lotto won. Haar hele familie werd getrakteerd op een trip Parijs en veel van de rest van het gewonnen bedrag verdween in de fundering van haar huis in Kalenberg, tenslotte gelegen in een moeras, dat van de Weerribben. We hebben ooit nog eens een onvergetelijke bestuursbijeenkomst bij haar thuis gehouden, met een etentje vooraf in Kaatje bij de Sluis in Blokzijl en op de terugweg een ommetje langs het graf van J.C. Bloem in Paasloo.

Gul was ze ook voor mijn kleinzoon, Flip. Toen ze een van haar boeken naar hem vernoemde (‘Het gaat niet over jou, maar ik vind “Flip” zo’n mooie naam,’ schreef ze hem via mij, ‘daarom heb ik het boek zo genoemd. Ik hoop dat je dat niet erg vindt dat ik jouw naam heb geleend voor dit boek’), vond ze bij de vierde druk dat Flip recht had op royalty’s: een tientje per druk, besloot ze. Maar omdat de mevrouw van de Primera haar niet goed had begrepen (al kan het ook andersom geweest zijn), ontving Flip per post een lege envelop. Daarna stuurde ze hem alsnog een iTunes-kaart (het was in zijn games-tijd) van 50 euro, dus met een tientje bonus en een heel lieve excuusbrief, waar hij weer met een bijna nog lievere brief (‘Beste mevrouw Berk, lieve Marjan’) op antwoordde.

En bijna altijd als ze een verhaaltje van me had ontvangen, belde ze even en babbelde honderduit met Flips oma voordat ik aan de beurt kwam. Of ze schreef toch op z’n minst, in kapitalen. ‘Hier alles nog even kreupel, maar goedgemutst. Je ouwe Berk.’ Totdat ook het lezen steeds moeilijker ging (door de trombose in haar ene oog na corona) en ook haar reacties opdroogden en ten slotte het onvermijdelijke einde volgde.

Beste mevrouw Berk, lieve Marjan, het was een voorrecht je te kennen.

Rien Verhoef, oud-penningmeester Stichting Lira



Doorgeefgedicht

Met het ‘Doorgeefgedicht’ biedt Lira Nieuws dichters een podium waarop ze, zonder eisen of voorwaarden vooraf, nieuw eigen werk kunnen presenteren. Om daarna het stokje door te geven. Jacob Groot is nu aan de beurt.

Doorgeefgedicht


Jacob Groot schrijft gedichten, romans en essays. Hij debuteerde in 1970 onder het pseudoniem Jacob der Meistersänger met de spraakmakende bundel Net als Vroeger. In zijn werk komen zintuigelijkheid en denken samen in een taal die rijk is aan klank en ritme. In 2012 ontving hij de A. Roland Holstprijs voor zijn poëzie. In februari 2026 verscheen zijn nieuwste dichtbundel Adoratie.


Voor de volgende editie geeft hij de opdracht door aan Anneke Brassinga. Hij schrijft daarover het volgende: A lark ascending, zo stel ik me de poëzie van Anneke Brassinga graag voor. Ze komt los van de grond vol valstrikken en stijgt op, om het ongemak van de werkvloer in een lust van taal allervernuftigst met de haar toevallende inzichten alsmaar verrukkender te versmelten. Het liefst hemelhoog laat ze dan jubelend horen – een idiolect van jawelste – hoe de vervoering een scherp oog voor de sterfelijkheid beneden allerminst uitsluit. Een subliem mededogen blijft ervan in de lucht hangen.

AFGESPROKEN

Uit mijzelf doe ik niets. De druk is enorm. Neem alleen de
tijdsdruk. De luchtdruk is enorm. De lucht perst een tombe uit
een tempel uptempo. Ik stuiter uit de tijd om te koelen in de
gang, blinkend, van een hoekhuis

Daar word ik opgenomen

En je ziet me en ook niet. Maar ik zie je. Alsof ik lees. Een
passage. Een bladzijde in een boek dat we openslaan, deze
bladzijde is op zich al voldoende

Want dit hoor ik je achter elkaar zeggen

Rakelings. Hol over bol. Gaan maar komen als het sluit, dan
pas kijken. Wimpers. Gelijk. Stitches. Gelijk. Letters op de
golven, je wortelend. Niet meer dan een flard, zo wil je het
snappen

Het verhaal als zodanig

Jacob Groot