De afgelopen maanden lijkt er geen dag voorbij te gaan zonder nieuws over kunstmatige intelligentie (AI). Nieuwe toepassingen, nieuwe modellen, nieuwe beloftes. Maar achter al die ontwikkelingen schuilt een minder zichtbaar verhaal: dat van de makers op wier werk deze systemen zijn gebouwd.
Samen met de Auteursbond en de NVJ hebben wij daarom een duidelijke stap gezet. Op 27 februari hebben wij Meta gesommeerd om te stoppen met het gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk van Nederlandse schrijvers, vertalers en journalisten voor het trainen van AI-modellen.
Waarom deze stap?
AI-taalmodellen zoals die van Meta worden getraind op enorme hoeveelheden tekst: boeken, artikelen en andere publicaties. Uit verschillende bronnen blijkt daarbij ook nog eens dat gebruik is gemaakt van illegale datasets. Met andere woorden: werk van auteurs is verzameld en verspreid zonder dat daar toestemming voor is gevraagd of een vergoeding tegenover staat.
Dat wringt. Niet alleen juridisch, maar ook fundamenteel. Zonder het werk van schrijvers, vertalers en journalisten functioneren deze modellen simpelweg niet. De kwaliteit en relevantie van AI hangen direct samen met de teksten waarop ze zijn getraind.
Tegelijkertijd zien we dat deze technologie zich razendsnel ontwikkelt en steeds vaker ook rechtstreeks concurreert met het werk van makers – soms zelfs als vervanging daarvan. Terwijl de economische waarde die daarmee wordt gegenereerd nu terechtkomt bij grote technologiebedrijven (‘Big Tech’).
Dat evenwicht klopt niet. Gebruik je het werk van makers, dan hoort daar een vergoeding tegenover te staan. Al helemaal als er grof geld aan wordt verdiend.
Wat vragen we aan Meta?
In de sommatiebrief hebben wij Meta gevraagd om het onrechtmatige gebruik van teksten te staken en om in overleg te treden over een passende regeling. Met andere woorden: stop met het ongevraagde gebruik zonder vergoeding, en ga met ons in gesprek over hoe het wél kan – op een eerlijke en rechtmatige manier.
Dit is geen stap tegen technologie of innovatie. Integendeel. AI biedt kansen, ook voor schrijvers. Maar die ontwikkeling moet wel plaatsvinden op een manier die recht doet aan de makers wier creatieve werk de basis vormt van deze systemen.
Waarom doen we dit samen?
De schaal waarop AI-modellen worden ontwikkeld, maakt één ding duidelijk: dit is geen kwestie die individuele auteurs zelf kunnen oplossen. Het is praktisch onmogelijk om per schrijver toestemming te vragen of vergoedingen te regelen.
Daarom trekken wij gezamenlijk op. De Auteursbond en de NVJ vertegenwoordigen een groot deel van de schrijvende makers in Nederland. Stichting Lira kan als collectieve beheersorganisatie van diezelfde groep zorgen voor een werkbare oplossing: één regeling, transparant en efficiënt, waarin toestemming en vergoeding collectief worden georganiseerd voor álle schrijvers.
Wij zijn ervan overtuigd dat dit de enige manier is om dit op grote schaal goed te regelen.
Hoe nu verder?
De sommatie aan Meta is een eerste stap. Tegelijkertijd is natuurlijk duidelijk dat dit vraagstuk veel breder speelt. Het gaat om hoe we als creatieve sector omgaan met AI, nu en in de toekomst.
We gaan de komende periode verdere stappen zetten om de positie van makers te versterken, zodat we namens jullie afspraken kunnen maken over het gebruik van werk in AI-toepassingen. Dat betekent niet alleen het gesprek aangaan met AI-bedrijven, maar ook aandacht vragen bij de wetgever voor oplossingen die collectieve afspraken mogelijk maken en ondersteunen.
Samen sterk
Wij ondernemen deze actie namens schrijvers, vertalers en journalisten. Maar om echt impact te maken, is brede steun vanuit de achterban essentieel. Alleen samen kunnen we zorgen voor een stevige positie van makers in het AI-tijdperk.
De komende tijd houden we je op de hoogte van het vervolg en laten we zien hoe je zelf kunt bijdragen.
Houd onze kanalen in de gaten.
Het P.C. Boutensfonds was ooit een pensioenfonds voor schrijvers. Tegenwoordig helpt het fonds enerzijds om je financiële situatie in kaart te brengen. Anderzijds steunt het collectieve initiatieven. Fondsvoorzitter Miek Smilde onderstreept vanuit haar eigen ervaring als schrijver en jurist het belang van een gezonde financiële positie.
Toen het P.C. Boutensfonds ruim een eeuw geleden werd opgericht, was het doel helder: schrijvers een vorm van pensioen bieden. In een tijd zonder sociale vangnetten was dat geen overbodige luxe. Auteurs leefden vaak zonder zekerheid voor later. Het fonds bood continuïteit. ‘Maar die wereld bestaat niet meer’, zegt Miek Smilde (59), voorzitter van het fonds. ‘De sociale zekerheid is anders georganiseerd. Zo’n vijftien jaar geleden werd duidelijk dat het oude model niet langer houdbaar was. Het fonds moest zichzelf opnieuw uitvinden.’
Vandaag de dag is het P.C. Boutensfonds bovenal een ondersteuningsfonds voor schrijvers, vertalers, journalisten, scenaristen en tekstbewerkers. Het richt zich op hun financiële gezondheid en biedt waar nodig collectieve steun aan initiatieven die de positie van auteurs versterken. ‘Wij zorgen niet voor je oude dag’, zegt Smilde. ‘Maar we helpen je wel om die beter voor te bereiden.’
Een financiële APK
Het fonds subsidieert deskundig financieel advies voor auteurs die zijn aangesloten bij LIRA en/of de Auteursbond. ‘Je kunt het zien als een financiële APK’, legt Smilde uit. ‘Waar sta je? Hoe zit het met je pensioen? Wat gebeurt er als je arbeidsongeschikt raakt? Welke risico’s loop je zonder dat je het doorhebt?’ Veel schrijvers werken als zelfstandige, met wisselende inkomsten. ‘Jongere auteurs steken hun kop vaak in het zand. Pensioen voelt ver weg. En oudere auteurs denken soms nog dat wij een pensioenfonds zijn. Dat zijn we dus niet meer. Wat we wél doen, is helpen overzicht te creëren. Je hoeft geen expert te worden op het gebied van belastingen, pensioenregels en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, maar je moet wél weten waar je aan toe bent.’
Collectieve initiatieven
Volgens Smilde moet je in het schrijfvak vooral niet naïef zijn. ‘Je kunt een onzeker bestaan leiden en tóch je zaken goed regelen’, zegt ze. ‘Samen met penningmeester René Bogaarts en secretaris Jan Baeke hebben we het fonds nu weer op de kaart gezet, als ondersteuning bij het financieel weerbaarder maken van deze doelgroep.’ Het adviestraject van het fonds kost auteurs een paar honderd euro, het fonds legt de rest bij.
Daarnaast ondersteunt het fonds opleidingen via de NVJ Academie. De steun voor collectieve initiatieven gebeurt op aanvraag. ‘Als bijvoorbeeld de Auteursbond juridische stappen wil zetten rond AI en auteursrechten, dan kunnen wij financieel bijspringen. Vorig jaar hebben we dat gedaan bij een initiatief van Free Press Unlimited. We doen geen structurele financiering, maar ondersteunen concrete projecten die de positie van makers versterken.’
Tussen systeem en zingeving
Het voorzitterschap van Smilde is geen toevallige rol. Haar eigen loopbaan weerspiegelt de spanning tussen creativiteit en de wereld van beleid, wet- en regelgeving. Ze studeerde Nederlandse Taal en Letterkunde. ‘Uit overtuiging,’ benadrukt ze, ‘daar lag echt mijn hart.’ Maar de arbeidsmarkt was slecht in de jaren tachtig. Om haar kansen op een baan te vergroten, ging ze er rechten bij studeren. ‘Tegenwoordig kiest nog maar een handjevol mensen voor een studie Nederlandse Taal en Letterkunde. Echt zorgwekkend. De samenleving zou wel wat meer dichters kunnen gebruiken naast al die juristen.’ Ze zegt het half grappend, half serieus. ‘We zijn een overgesystematiseerd land geworden. Alles moet worden gereguleerd en geformaliseerd. Maar ik ben ervan overtuigd dat mensen uiteindelijk afhankelijk zijn van elkaar. A sense of belonging, ergens bij horen, dat is waar het om draait. Kwetsbaarheid, ouder worden, eenzaamheid, dat los je niet op door alles te reguleren. Poëzie daarentegen, en literatuur, kunnen op een ander niveau veel zingeving brengen.’
Onder het minimumloon
Na een paar jaar redacteur bij het ministerie van Justitie te zijn geweest, werkte Smilde ruim 25 jaar als freelance journalist en schrijver. ‘Ik schreef veel over de juridische wereld en over de geestelijke gezondheidszorg. Ik zag vaak hoe wet en werkelijkheid elkaar ontwrichten.’ Rond haar vijftigste maakte ze de balans op. ‘Mijn tarieven waren in dertig jaar gehalveerd. Ik dreigde onder het minimumloon te zakken. Ik dacht, ik ben dubbel academisch geschoold, de bodem is nu wel bereikt.’
Zeven jaar geleden vond ze een vaste baan als senior beleidsadviseur bij de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. ‘Ik zit nu midden in die gereguleerde wereld, fulltime. Maar gelukkig lukt het me ook altijd nog om te schrijven.’ In 2022 verscheen haar laatste dichtbundel, ze publiceerde onder meer een jubileumboek en een biografisch werk over strafrechtadvocaat Stijn Franken. En ze werkt aan een nieuwe roman die als het goed is volgend jaar verschijnt. ‘Schrijven blijft een prachtig vak’, zegt ze. ‘Maar ik weet uit ervaring dat dat niet betekent dat je niet goed voor jezelf moet zorgen.’
Deirdre Enthoven
Op een zondagmiddag en -avond in februari stond Theater De Richel in Amsterdam volledig in het teken van KORT, het festival over korte verhalen. Het programma varieerde van een schrijfworkshop en leesclub tot interviews met auteurs en voordrachten van de beste korte verhalen uit binnen- en buitenland.
Miriam van Ommeren, directeur van SLAA en organisator van het festival, vertelt over het ontstaan van KORT. ‘Dit is de derde editie. SLAA was medeoprichter van de J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste verhalenbundel. Rondom die prijs ontstond een trouw publiek. Toen de prijs tweejaarlijks werd uitgereikt, zochten we als organisatie naar een invulling voor het tussenliggende jaar tijdens de Week van het Korte Verhaal. Voor februari 2024 werd daarom besloten een kleinschalig zondagmiddagfestival te organiseren. Dat bleek direct een succes. In hectische tijden vinden mensen het prettig om naar een kort verhaal te luisteren.’ Een jaar later groeide het evenement verder en dit jaar werd flink uitgepakt in Theater De Richel.
Schrijfopdrachten
’s Middags kon het publiek kiezen tussen een leesclub onder leiding van Niña Weijers, gewijd aan de korte verhalen van Tove Ditlevsen en een schrijfworkshop. In de kelder van dit theater verzorgde Sanneke van Hassel deze workshop korte verhalen. Met zes verhalenbundels op haar naam wordt zij geregeld de ‘koningin van het korte verhaal’ genoemd. In haar meest recente bundel, Milde klachten, koos ze voor het eerst voor één overkoepelend thema: corona.
Onder de vijftien deelnemers bevonden zich ervaren en beginnende schrijvers, onder wie journalisten en cursisten van de Schrijversvakschool. Van Hassel benadrukte de kracht van het korte verhaal: het biedt ruimte om te experimenteren, zet aan tot denken en verbeelding en dwingt tot precisie. Elke tekst opent een nieuwe wereld voor de lezer, vaak gebaseerd op gericht onderzoek.
Stap voor stap werkte de groep toe naar een eerste aanzet voor een kort verhaal. Deelnemers lazen fragmenten voor, waarna gezamenlijk werd verkend hoe het verhaal zich verder zou kunnen ontwikkelen. Tussendoor gaf Van Hassel concrete adviezen: schrijven is vooral materiaal produceren. Wees er soepel in; dwing jezelf uit je comfortzone te komen.
Met praktische opdrachten zette zij de groep direct aan het werk. Zo luidde een van de oefeningen: bedenk vijf beroepen die je zou willen uitoefenen als je nóg een leven had. Denk niet te lang na over praktische bezwaren, maar noteer wat het eerst in je opkomt. Ook werd nagedacht over merkwaardige fascinaties en hobby’s. Op basis daarvan ontstonden personages; zoals een tennisser met een identiteitscrisis en een voorliefde voor smartlappen.
Een geslaagd kort verhaal bevat een beslissend moment en een onverwacht einde. Leg niet alles uit, maar begin midden in de situatie. ‘Vertel je verhaal zoals je het in een café aan vrienden zou doen,’ adviseerde zij. Deelnemers waardeerden vooral dat haar feedback steeds werd onderbouwd met voorbeelden.
Avondprogramma
De deelnemers van de leesclub en de schrijfworkshop kwamen samen voor een diner in de kelder. Het avondprogramma bestond uit twee parallelle onderdelen. Het eerste richtte zich op het korte verhaal in Korea, met Korea-kenner Remco Breuker, die een door hem vertaald verhaal liet voordragen door actrice Roosmarijn Wind. Het tweede programma draaide om Mini-horror, de opvallende bundel van de Servische auteur Barbi Marković, die op diverse eindejaarslijsten prijkte. Beide zalen zaten vol.
De avond werd afgesloten met een gezamenlijk zaalprogramma met Mira Aluç, Sanneke van Hassel, Thomas Heerma van Voss en Nadia de Vries. Zij lazen een kort verhaal voor. Mira Aluç kreeg in het kader van het festival een schrijfopdracht, mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds. Presentator Francis Broekhuijsen interviewde de schrijvers in tweetallen. Mira Aluç benadrukte het suggestieve karakter van het korte verhaal: ‘Juist omdat je weinig ruimte hebt, weeg je elk woord en suggereer je veel. Het speelt zich af op de achtergrond.’ Na een reeks korte verhalen schreef zij een roman. ‘In een roman kun je een groter geheel opbouwen, personages meer ruimte geven en meerdere thematische lijnen ontwikkelen. Voor mij voelde dat als een logische stap.’
Volgens Aluç kan het korte verhaal een opstap naar de roman zijn, maar het verdient erkenning als zelfstandig genre. Zij vergelijkt het met de blokfluit: veel kinderen beginnen ermee en stappen later over op een ander instrument. ‘Zo blijf ik ook korte verhalen schrijven, naast de roman. Het is belangrijk dat dit festival het genre uit het verdomhoekje haalt.’
Vaste plaats
Tussen de programmaonderdelen door improviseerde percussionist Michelle Samba op basis van de voorgelezen verhalen. Van Ommeren sloot de avond af met een duidelijke missie: het korte verhaal vieren en een breed podium bieden. Als oprichter van het literaire platform De Optimist (2008) zet zij zich hier al langer voor in. Met succes. ‘Er rustte een stigma op het genre; het werd niet altijd als volwaardig beschouwd, terwijl dat in Angelsaksische landen anders lag.’ Volgens haar is dat beeld de afgelopen vijftien jaar veranderd, mede dankzij de J.M.A. Biesheuvelprijs. ‘Het korte verhaal verdient een vaste plaats binnen de literatuur.’
De zaal zat vol met liefhebbers. Boekhandel Athenaeum was aanwezig met een boekentafel; veel bundels vonden een nieuwe eigenaar. Van Ommeren: ‘Het is veel werk voor een klein team, maar met zo’n enthousiast publiek doen we dit volgend jaar graag opnieuw.’
KORT Festival werd mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds.
Tekst Dorine van der Wind
Het Lira Fonds ondersteunt initiatieven die zich inzetten voor de positie en veiligheid van schrijvers wereldwijd. Eén van die initiatieven is het Fonds Schrijvers in Nood (ook bekend als het PEN Emergency Fund). Zij delen hieronder wat hun werk in de praktijk betekent.
De stichting Fonds Schrijvers in Nood is speciaal gericht op het bieden van financiële steun aan schrijvers die – waar ook ter wereld – zodanig worden vervolgd dat hun werken en leven onmogelijk wordt gemaakt. Helaas constateren we dat het aantal landen waar het vrije woord onder druk staat toeneemt en daarmee ook het beroep dat er op de stichting wordt gedaan.
Ondersteuning door het Lira Fonds was ook het afgelopen jaar cruciaal om op alle aanvragen de gewenste - en vereiste - steun te kunnen verlenen. Vaak is het voor ons nauwelijks voorstelbaar in wat voor moeilijkheden een schrijver terecht kan komen, louter en alleen door hetgeen hij of zij schrijft. Mede door de support van Stichting Lira Fonds konden wij afgelopen jaar 84 schrijvers uit 25 landen met een financiële bijdrage helpen. Door de aard van ons werk kunnen wij de namen van de schrijvers die we steunen nooit bekendmaken aangezien zij in (levens)bedreigende situaties verkeren. Om toch inzicht te bieden in de noodzaak van de steun geven we hier twee geanonimiseerde voorbeelden van situaties waarin schrijvers kunnen belanden. Maar ook al zijn ze anoniem, ze zijn echt.
Veroordeeld
Een taalkundige en vertaalster was decennialang universitair docent op een universiteit in Centraal Azië. Ze is gespecialiseerd in een Westeuropese taal en schreef diverse leerboeken, woordenboeken en vertaalde literatuur. Ook publiceerde ze over de situatie in haar land in buitenlandse media. Vanwege haar deelname aan vreedzame protesten werd ze ontslagen; ze werd gearresteerd en gevangengezet op basis van verzonnen administratieve beschuldigingen, verstoring van de openbare orde en het bevorderen van extremistische activiteiten.
De rechtbank veroordeelde haar tot een gevangenisstraf van enkele jaren. Kort geleden kreeg ze gratie en moest gedwongen haar land verlaten zonder familie en inkomen. Haar bejaarde moeder, voor wie ze zorgde, moest ze achterlaten. Ze woont nu in een opvangkamp in een naburig land, zoekt een huurwoning en probeert een verblijfsvergunning te krijgen. Fonds Schrijvers in Nood heeft haar het maximale bedrag toegekend voor noodzakelijke kosten voor levensonderhoud in het nieuwe land, waar ze een nieuw leven tracht op te bouwen.
Gevlucht
Een bekende onderzoeksjournalist in Centraal-Amerika schrijft onder andere over het gevaar dat migranten lopen, veroorzaakt door criminele groeperingen en het geweld dat zijn land in de greep houdt. De noodtoestand is er uitgeroepen, de rechtszekerheid is opgeschort en strafrechtelijke vervolging zonder proces is mogelijk. De schrijver ontving vele belangrijke internationale prijzen en werkt voor een onafhankelijke nieuwswebsite die het doelwit is van systematische intimidatie door de autoriteiten van zijn land. Hij wordt vervolgd op basis van verzonnen aanklachten. Naar aanleiding van een interview met bendeleiders werd hij beschuldigd van het goedpraten van misdaden en illegale groeperingen en werd hij gearresteerd. Over de aanklachten ontving zijn advocaat geen enkele informatie. Vluchten was de enige overgebleven optie en dat veroorzaakt grote problemen, economisch en emotioneel. Hij heeft dringend hulp nodig om zijn huur te kunnen betalen en in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Het Fonds Schrijvers in Nood heeft hem het maximale bedrag toegekend.
Door Charles den Tex
bestuurslid PEN Emergency Fund
penemergencyfund.com
In deze rubriek volgt Lira Nieuws de ontwikkelingen rond AI en auteursrecht. In de vorige bijdrage ging het vooral over het gebruik van werk van auteurs voor het trainen van generatieve AI (hierna: AI). Maar hoe zit het met auteurs die zelf voor hun werk gebruikmaken van AI? En wat betekent het voor de uitkering van vergoedingen door Lira?
Die vraag wordt steeds relevanter. Voor een groeiend aantal auteurs speelt AI een rol in het schrijfproces: van het verkennen van invalshoeken, het uitwerken van personages tot het herschrijven van passages, het aanscherpen van formuleringen of het zoeken naar de juiste toon en context. Daarmee wordt de grens belangrijker tussen een auteur die AI als hulpmiddel inzet, en een tekst die in wezen door het AI-systeem zelf is gegenereerd.
Juist die grens is voor Lira van belang, omdat wij vergoedingen verdelen voor auteursrechtelijk beschermde, menselijke schrijfprestaties.
Wat zegt het auteursrecht?
Het uitgangspunt in het auteursrecht is helder: bescherming ontstaat alleen als een werk het resultaat is van menselijke, creatieve keuzes.
Dat volgt uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU, waaruit volgt dat er sprake moet zijn van een “eigen intellectuele schepping” van de auteur: een resultaat waarin vrije en creatieve keuzes van een mens tot uitdrukking komen.
Dat uitgangspunt werkt ook door bij AI. Volledig door AI gegenereerde teksten zijn in beginsel niet auteursrechtelijk beschermd. Dan ontbreekt immers de menselijke maker die creatieve keuzes heeft gemaakt waarop het auteursrecht rust.
En als AI alleen een hulpmiddel is?
Daarmee is niet gezegd dat elk gebruik van AI auteursrecht in de weg staat. In veel gevallen wordt AI gebruikt als hulpmiddel, net als andere software. Ook dan blijft de kernvraag dezelfde: heeft de auteur zélf de wezenlijke creatieve keuzes gemaakt?
Een schrijver die AI inzet om ideeën te ordenen, een eerste opzet te maken of varianten te verkennen, verliest niet automatisch zijn auteursrecht. Maar wie volstaat met het invoeren van een prompt en de uitkomst vrijwel ongewijzigd overneemt, komt al snel in ander vaarwater. Dan wordt het lastig om nog te zeggen dat de tekst het resultaat is van eigen creatieve keuzes.
Wat betekent dit voor Lira?
Deze juridische lijn vertaalt zich direct naar de praktijk van Lira. Wij verdelen vergoedingen voor auteursrechtelijk beschermde teksten van natuurlijke personen. Volledig AI-gegenereerde teksten komen dus niet in aanmerking voor uitkering. Voor teksten waarbij AI als hulpmiddel is gebruikt, kan dat anders liggen, maar alleen als de auteur zelf de wezenlijke creatieve keuzes heeft gemaakt.
Maar hoe stel je (de mate van) AI-gebruik vast?
Daar begint het lastige deel. Aan een tekst is meestal niet te zien hoe die tot stand is gekomen. Dat probleem speelt niet alleen bij Lira. Ook scholen en universiteiten worstelen met dezelfde vraag: hoe stel je vast of een tekst (door een student) zelf is geschreven, of grotendeels met AI tot stand is gekomen?
Er bestaat nog geen betrouwbare manier om AI-gebruik achteraf sluitend vast te stellen. Detectietools blijken vooralsnog beperkt bruikbaar. Daarom hebben verschillende universiteiten inmiddels richtlijnen opgesteld over het gebruik van AI door studenten. Daarin wordt AI vaak toegestaan als hulpmiddel, maar alleen als studenten transparant zijn over het gebruik en zelf verantwoordelijk blijven voor de inhoud. De nadruk in het onderwijs verschuift dan ook steeds meer naar transparantie, verantwoordelijkheid en eigen verklaringen van de gebruiker, in plaats van harde technische controle.
Diezelfde realiteit geldt ook voor Lira.
De lijn van Lira
Tegen die achtergrond hebben we in Mijn Lira een verklaring toegevoegd bij het opgeven van werken. Daarin bevestigt de auteur zelf de maker te zijn en de wezenlijke creatieve keuzes te hebben gemaakt, ook bij eventueel gebruik van AI.
Dit sluit aan bij onze bestaande werkwijze: Lira gaat in beginsel uit van de juistheid van de opgave van de auteur. Net zoals bij plagiaat ligt de eerste verantwoordelijkheid bij degene die het werk indient.
Waar nodig stellen wij achteraf aanvullende vragen of verzoeken wij om toelichting, op basis van onze uitgebreide controleprotocollen. Achter de schermen monitoren wij uiteraard ook de ontwikkelingen en het gebruik van AI actief. Het kan daarom verstandig zijn om als auteur je werkproces, zeker bij gebruik van AI, te documenteren. Dat maakt het makkelijker om, als daar vragen over ontstaan, inzicht te geven in de eigen creatieve bijdrage.
Daarmee is ook duidelijk hoe Lira deze ontwikkeling benadert. Nieuwe technologie verandert het schrijfproces, maar niet het uitgangspunt waarop wij onze vergoedingen baseren: het werk van de auteur zelf.
Michelle Mastenbroek
Het is weer zover: de aangifte inkomstenbelasting staat voor de deur. Voor veel aangeslotenen zijn de jaaropgaven van Lira daarbij een belangrijke bron van informatie. De jaaroverzichten van 2025 staan inmiddels voor je klaar in Mijn Lira.
Dit is ook een goed moment om je persoonlijke gegevens te controleren. In de praktijk zien we dat onjuiste of onvolledige informatie – bijvoorbeeld rond btw-gegevens of je BSN – kan leiden tot vragen, vertraging of onjuiste verwerking van vergoedingen.
Via onze vernieuwde portal Mijn Lira kun je je gegevens eenvoudig bekijken en aanpassen. Zo weet je zeker dat je vergoedingen correct worden uitbetaald én dat je jaaroverzicht klopt voor je belastingaangifte.
Scenarioschrijvers en regisseurs werken nauw samen, onder meer binnen DS&D (Dutch Screenwriters and Directors). Voor onderhandelingen staan zij samen sterk door collectieve beroepsorganisaties Lira en VEVAM. De directeur van VEVAM, Sylvia Brandsteder, nam per 1 februari na 17 jaar afscheid. Een mooi moment voor een interview.
Sylvia Brandsteder is niet iemand die graag in de spotlights staat. Mensen kennen haar eerder als de wat onconventionele en ernstige jurist die op de jaarvergaderingen van VEVAM met eindeloos geduld taaie dossiers toelicht. Kabelgelden, VOD, Thuiskopie, Videma, misschien weinig aansprekende, maar voor regisseurs wel heel belangrijke geldbronnen. Regisseurs die met haar in het VEVAM-bestuur zaten roemen haar toewijding en gedrevenheid. Brandsteders vertrek is een goed moment om na al die jaren samen terug te blikken op de soms roerige geschiedenis van VEVAM.
Ergens bij horen
Brandsteder studeerde rechten op advies van haar ouders. Ze begon het leuk te vinden toen ze voor de richting auteursrecht koos, ‘Via mijn vader die een platenmaatschappij had, liep ik stage bij BumaStemra’, vertelt ze. ‘Waar ik vervolgens vijftien jaar heb gewerkt.’ Met drie kinderen koos ze voor meer flexibiliteit, maar dat duurde niet lang. ‘Ik hoor graag ergens bij, in mijn eentje opereren paste minder bij mij. Dus toen ik benaderd werd om bij VEVAM te komen werken, had ik daar wel oren naar. “We hebben eigenlijk een directeur nodig”,’ zei bestuurslid Marc Nelissen. “Noem me dan maar directeur”, antwoordde ik. Niet wetend wat er die jaren allemaal overhoop zou worden gehaald.’
Geblinddoekt onderhandelen
Bij het akkoord over kabelgelden werden ook afspraken gemaakt over vergoedingen voor video on demand (VOD). Die regeling was vrijwillig en dat bleek niet te werken. Zonder wettelijke basis bleef de onderhandelingspositie zwak.
Oneerlijke verdeling
Zeventien jaar geleden stond VEVAM op een kruispunt. De organisatie vertegenwoordigde toen niet alleen regisseurs, maar ook Producenten In Persoon (PIP’s) en een groep scenarioschrijvers. Vanuit het pand aan de Keizersgracht dat de organisatie deelde met SEKAM, CBO van de producenten, en het Service Bureau Filmrechten, werden uitzenddata verzameld en gelden verdeeld. Binnen het bestuur van VEVAM groeide twijfel of die verdeling wel eerlijk verliep. ‘Onderzoek bevestigde het vermoeden’, blikt Brandsteder terug. ‘Er gingen enorme bedragen naar de PIPS, vaak de directeuren van de grote televisieproducenten, ten koste van het aandeel van de regisseurs en scenarioschrijvers. Die bedrijven kregen daarnaast ook vergoedingen van SEKAM.’
Een enorme clash
Het werd een grote rel. Tijdens een stampvolle ledenvergadering in het West-Indisch Huis kondigde bestuurslid Marc Nelissen aan dat VEVAM verder wilde als pure regisseursorganisatie. De zaal ontplofte. Het voorstel werd in stemming gebracht en de regisseurs wonnen. ‘Het leidde tot een enorme clash’, weet ze nog goed. ‘En ik werd door de andere partijen op straat gezet, zonder data-administratie of ledenbestand. Ik had slapeloze nachten en dacht: het zal me toch niet gebeuren dat VEVAM onder mijn leiding ten onder gaat?!’ Met hulp van het nieuwe bestuurslid Hans Bosscher vond VEVAM onderdak aan het Rokin. Van daaruit bouwden ze de organisatie opnieuw op en brachten de administratie en uitkeringen onder bij Cedar. ‘Hans was tot aan zijn dood in 2022 mijn steun en toeverlaat’, zegt Brandsteder. ‘En ook voorzitter Maarten Treurniet stak zijn nek uit om VEVAM als regisseursorganisatie overeind te houden.’
De kabelgelden (BMS) vormen al jaren de grootste inkomstenbron van VEVAM. Kabelbedrijven betalen per abonnee auteursrechtelijke vergoedingen aan CBO’s, die die gelden verdelen onder makers. Dat gebeurde binnen het Kabelcollectief, waar CBO’s onder leiding van BumaStemra gezamenlijk onderhandelden. Aanvankelijk ontving VEVAM via AGICOA (een internationale non-profit CBO voor film- en tv-producenten) alleen vergoedingen voor Nederlandse producties. Buitenlandse regisseurs claimden hun deel, en regisseurs van omroepprogramma’s vielen buiten de boot. Brandsteder pakte dat aan: ‘Ik wilde dat álle regisseurs een vergoeding konden krijgen. We sloten wederkerigheidscontracten af, zodat VEVAM ook voor buitenlandse regisseurs kon innen en Nederlandse regisseurs inkomsten uit het buitenland terugzagen.’
Tegenover in plaats van naast producenten
Kort na de verzelfstandiging van VEVAM viel het Kabelcollectief uiteen. Producenten sloten zich aan bij RODAP, waarin distributeurs, kabelbedrijven en omroepen samenwerkten. Daarmee veranderde de onderhandelingstafel fundamenteel: producenten zaten voortaan aan de andere kant. ‘Eeuwig zonde’, verzucht Brandsteder ook nu nog. Speelfilm- en documentaireproducenten ontvangen volgens haar nog altijd lagere kabelvergoedingen dan televisieproducenten, doordat uitkeringen daar op kijkcijfers zijn gebaseerd. ‘Een opportunistische keuze van een paar grote televisieproducenten, waardoor makers en producenten tegenover elkaar kwamen te staan.’
Na het uiteenvallen van het collectief eind 2012 stopten kabelexploitanten met betalen aan filmmakers. VEVAM werd onder druk gezet om met lagere vergoedingen akkoord te gaan en kon jarenlang nauwelijks uitkeren. Pas na een akkoord in 2015 tussen RODAP en de organisaties van regisseurs, schrijvers en acteurs kwam er weer ruimte voor substantiële uitkeringen.
Pogingen om VOD in Europees verband onder verplicht collectief beheer te brengen strandden; onder invloed van grote mediabedrijven als Google en Amazon werd de richtlijn afgezwakt en moesten landen het zelf regelen. ‘We werden weer gedwongen om hierover onderling afspraken te maken’, zegt Brandsteder. ‘Dat zijn jaren van onderhandelingen waarmee we nauwelijks verder kwamen. Zonder wettelijke basis sta je gewoon zwak. Bovendien hadden we geen data over het aanbod en kijkgedrag van de streamers. Het was onderhandelen met een blinddoek om en je handen op de rug.’
In de tang
Inmiddels is er zicht op een nieuw akkoord waarbij streamers hogere vergoedingen gaan betalen. Ook nieuwe makersgroepen, verenigd in FAIR, delen mee in de voorlopige verdeling, die de komende jaren wordt geëvalueerd. Brandsteder blijft er kritisch over. ‘Regisseurs moeten zelf over hun auteursrechten kunnen beschikken en die onderbrengen bij hun eigen collectieve organisatie. Ik vind het volkomen onjuist dat die rechten op basis van de Nederlandse Auteurswet automatisch nu bij de producent liggen. Maar zie dat maar eens terug te draaien. Ik heb overigens inmiddels wel enige consideratie met producenten, want die moeten ook dealen met grote partijen als omroepen en inmiddels dus de streamingsdiensten. Ze zitten in de tang. En dat gaat niet zomaar veranderen.’
Opkomen voor de makers
Op de vraag waarom ze dit werk is blijven doen, antwoordt Brandsteder ‘Anderen in de branche hebben een batterij juristen. Ik wilde mijn kennis inzetten voor de makers. Individuele regisseurs kunnen zich zelden een eigen jurist veroorloven en vinden het vaak lastig om contracten en complexe rechtenkwesties te doorgronden. Juist daarom zijn sterke collectieve afspraken met omroepen, streamers en producenten cruciaal.’ Ze zegt ook: ‘De beroepsgroep heeft de neiging om stronteigenwijs te zijn. Maar goed, dat is misschien ook creatief-eigen
Brandsteder hecht er ook aan dat regisseurs zelf betrokken zijn bij VEVAM. Het bestuur bestaat grotendeels uit regisseurs: zij controleren de organisatie én dragen uit waar die voor staat. Tegelijk zag ze ook dat de filmwereld ‘hele lelijke kanten’ heeft. ‘Regisseurs die opkomen voor betere positie worden soms persoonlijk geraakt. Blacklisting bestaat. Er wordt op de man gespeeld. Dat vind ik verschrikkelijk.’
Tien miljoen per jaar
Brandsteder kijkt met trots naar wat VEVAM heeft opgebouwd. ‘We incasseren inmiddels bijna tien miljoen euro per jaar voor regisseurs. Dat is substantieel, al blijft het knokken, en gezien de omvang van de markt zou het meer mogen zijn.’ Als CBO mag VEVAM een deel van de inkomsten inzetten voor versterking van de beroepsgroep. Via het VEVAM Fonds ondersteunt de organisatie onder meer de DDG, juridische bijstand en educatie. Later kwamen daar regisseursprijzen bij. ‘Aanvankelijk konden individuele regisseurs geen beroep doen op het VEVAM Fonds. Ik wilde graag iets doen om hen financieel iets extra’s te bieden. Hans Bosscher kwam met het idee voor ‘seed money’ voor de vroege ontwikkeling van filmplannen. Daaruit is de Startgeldregeling ontstaan.’ Ze is er echt trots op, zegt ze. ‘Jaarlijks helpen we zo’n veertig tot vijftig regisseurs bij de eerste fase van hun filmplan.’
Een recht
Brandsteder vreest dat jonge regisseurs VEVAM soms zien als een anoniem administratiekantoor dat af en toe een bedrag overmaakt. Een soort extraatje voor de vakantie. Dat is eigenlijk niet goed. Het is een recht om als maker verbonden te blijven met je werk. Om te weten wat ermee gebeurt en om mee te delen in de opbrengsten.’
Ze ziet geregeld regisseurs die na faillissementen of overnames niet eens weten wie de rechten bezit, of ontdekken dat hun film wereldwijd wordt geëxploiteerd zonder dat zij daar iets van terugzien. ‘Ik begrijp dat producenten niet iedereen kunnen raadplegen. Maar de regisseur is hoofdmaker, die moet als hoofdmaker daarop toch wel de uitzondering zijn.’
Afscheid
Inmiddels heeft Brandsteder afscheid genomen. Caspar de Kiefte (voorheen Kunstenbond) nam op 1 februari 2026 het stokje van haar over. Terugkijkend benadrukt ze nog het belang van sterke partners. De samenwerking met Cedar hielp VEVAM te voldoen aan het wettelijke toezicht op CBO’s, en met Lira werd intensief opgetrokken voor de positie van hoofdmakers. Tegelijk blijft de inzet breder: zorgen dat exploitanten alle makers billijk vergoeden. ‘Dat betekent niet dat hoofdfilmmakers iets van hun zwaarbevochten deel moeten inleveren. Er moet voor andere makers worden bijbetaald, de taart moet groter.’
Een nieuw kabelcontract en de uitwerking van de VOD-deal laat ze achter voor haar opvolger. ‘VEVAM is voor mij echt zo'n ontzettend groot deel van mijn leven geweest. Het zijn jaren die me niet in de kouwe kleren zijn gaan zitten. Dus aan de ene kant ben ik blij om te stoppen, ik heb ook heel erg veel zin in even niets. En wie weet wat er zich daarna aandient.’
Scenarioschrijvers werken nauw samen met regisseurs. Netwerk Scenarioschrijvers en Dutch Directors Guild hebben samen DS&D (Dutch Screenwriters and Directors) opgericht, om de samenwerking tussen deze vakverenigingen van scenarioschrijvers en regisseurs te versterken en professionaliseren. Ook hun collectieve beroepsorganisaties Lira en VEVAM staan samen sterk in onderhandelingen.
Suzanne Raes (lid van de besturen van VEVAM en DDG)
Met enige regelmaat krijgen we vragen over leenrechtvergoedingen uit België. Daarom een korte update.
Lira heeft met de Belgische zusterorganisatie Reprobel afspraken over de verdeling van leenrechtgelden voor Nederlandse tekstauteurs. Deze afspraken zijn onlangs opnieuw verlengd voor de periode 2024-2027.
Omdat Vlaamse bibliotheken geen uitleengegevens op titelniveau beschikbaar hebben, is niet vast te stellen welke werken van Nederlandse auteurs precies worden uitgeleend en in welke omvang. Een verdeling op basis van daadwerkelijk gebruik, zoals in Nederland, is daardoor niet mogelijk.
Om toch tot een uitkering te komen, is afgesproken dat Nederlandse auteurs een vast aandeel ontvangen in het totale Vlaamse leenrecht. Lira verdeelt dit aandeel vervolgens onder auteurs van in Nederland uitgegeven werken, op basis van Nederlandse uitleencijfers. Daarmee wordt het gebruik zo goed mogelijk indirect benaderd.
Voor auteurs betekent dit dat zij wél een vergoeding ontvangen uit België, maar dat deze niet rechtstreeks is gebaseerd op het feitelijke gebruik van hun werk in Vlaamse bibliotheken. Zolang de benodigde data ontbreken, is dit de meest werkbare manier om vergoedingen toch bij Nederlandse auteurs terecht te laten komen.
Lira blijft hierover in gesprek met Reprobel. Als er in de toekomst betere en meer gedetailleerde gegevens beschikbaar komen, kan de verdeling daarop worden aangepast.
Camera’s, lampen en een ruimte vol verhalen: voor onze nieuwe campagne stapten we samen met campagnebureau Happy Horizon de studio in.
Het is de eerste keer dat Lira een campagne inzet om auteurs te bereiken die nog niet bekend zijn met Lira - en die is inmiddels van start gegaan. Eerder lanceerden we al onze vernieuwde website en portal; met deze campagne bouwen we daarop voort.
Bij de opnames waren vier schrijvers betrokken: Annemarie Bon, Ernest van der Kwast, Alma Mathijsen en Tom Hofland. Tussen de takes door werd gepraat over schrijven, het vak en wat het betekent om als maker je rechten goed geregeld te hebben.
Die momenten zie je terug in de campagne. De video’s en foto’s – gemaakt tijdens de opnames – worden gebruikt op onze website en portal en geven een kijkje achter de schermen van het maakproces.
Met deze campagne willen we makers bereiken die recht hebben op vergoedingen, maar nog niet bij Lira zijn aangesloten. Want wie schrijft en gepubliceerd wordt, bouwt vaak rechten en aanspraken op vergoedingen op – en die horen bij de maker terecht te komen.
Ben je nog niet aangesloten, maar denk je dat je in aanmerking komt? Dan is dit een goed moment om dat te regelen!
Goed nieuws voor wetenschappers met schrijfplannen: de aanvraagronde voor de Beurzenregeling Wetenschappelijke Boeken 2026 is geopend.
Het Lira Fonds stelt ook dit jaar weer vier beurzen van € 37.500 beschikbaar voor (bijna) gepromoveerde onderzoekers die een Nederlandstalig populairwetenschappelijk boek willen schrijven.
Met deze regeling krijgen wetenschappers de kans om hun onderzoek te vertalen naar een breed publiek. Zo wil het Lira Fonds stimuleren dat kennis en inzichten niet alleen binnen de academische wereld blijven, maar ook daarbuiten hun weg vinden.
Sinds de start in 2021 zijn al meerdere boeken mogelijk gemaakt over uiteenlopende onderwerpen – van geschiedenis en filosofie tot natuurwetenschappen en maatschappelijke thema’s.
Voorwaarden en aanvraag
Je dient de aanvraag als onderzoeker zelf in, samen met een aanbevelingsbrief van je universiteit of kennisinstelling en een intentieverklaring van een uitgever.
Vanaf dit jaar zijn duo-aanvragen ook mogelijk. In dat geval dienen een onderzoeker en een schrijver de aanvraag gezamenlijk in. De schrijver hoeft daarbij niet gepromoveerd te zijn. De onderzoeker moet wel voldoen aan de voorwaarden van de regeling.
Aanvragen kunnen worden ingediend via het aanvraagformulier op de website van het Lira Fonds. Daar is ook het reglement met alle voorwaarden te vinden. De deadline voor het indienen is uiterlijk 30 juni 2026.
Thrillerauteur Anya Niewierra (61) debuteerde op haar 49e en schrijft sindsdien de ene bestseller na de andere. Haar dochter Merel Godelieve (33) schrijft fantasy boeken, waarvan zij inmiddels ook kan leven.
Anya, ik las over jouw innerlijke drang om verhalen te vertellen. Waarom heb je zo lang gewacht met ze op te schrijven?
Anya: ‘Ik heb altijd wel geschreven, ook als directeur van Visit Zuid-Limburg. Maar dat was natuurlijk non-fictie. Ik vond mijn werk altijd heel interessant en had mijn handen er vol aan. Ter ontspanning schilderde ik. Het kwam lange tijd niet in me op om voor mezelf te gaan schrijven. Maar toen ik het eenmaal een keer probeerde, was ik erdoor gegrepen.’
Merel, heeft jouw moeder je geïnspireerd om ook te gaan schrijven, of kwam dat door iets anders?
Anya: ‘Merel schreef veel eerder dan ik, als jong kind al.’
Merel: ‘Ik schreef mijn eerste boek toen ik 12 jaar was. Dat is niet gepubliceerd, maar ik was er dus wel al mee bezig. Schrijven zit echt in mij.’
Anya: ‘Het zit in de familie. Ik heb een tante die gedichten schreef. Mijn vader schreef. We spelen allemaal graag met taal. Vertellen graag verhalen. Dat zit echt in ons DNA.’
In 2022 publiceerden jullie gezamenlijk een boek: ‘Ook dat nog’, een dagboekroman over drie generaties vrouwen. Van wie kwam dat idee?
Anya: ‘Dat ontstond in coronatijd. De grenzen waren net weer even open, we zaten samen in de auto op weg naar de Pyreneeën en kwamen op de Route du Soleil in een lange file terecht. Daar kregen we het erover hoe generaties verschillend corona beleefden. En ook hoeveel we alweer vergeten waren over die eerste fase met harde lockdowns. We bedachten dat we het allemaal moesten vastleggen. Merel zei toen: “Waarom schrijven we er geen boek over? Dat krijgt later vast geschiedkundige waarde.” Al pratend ontstond het concept. Toen we op onze bestemming aankwamen, hadden we het helemaal uitgedacht.’
Merel: ‘We zijn daar, ter plekke, ook meteen begonnen met schrijven. Dan zaten we in verschillende ruimtes te schrijven in Google Docs. Daarin zie je ook als de ander iets doet. We hadden er enorme lol om.’
Hoe verliep dat proces?
Anya: ‘De een reageerde op wat de ander schreef. Ik had soms wel de neiging om in Merels teksten te rommelen. Dan had ik toch weer even de moederrol die haar inzichten wil delen. Merel had wel meer respect voor mijn deel.’
Merel: ‘Ik vond het erg leuk hoor. Toen we weer thuis waren en elkaar niet veel zagen, gingen we op afstand door. We hadden hierdoor elke dag contact, en je bent op een heel andere manier met elkaar bezig. Normaal ben je kind en ouder, nu waren we echt co-auteurs. Er ontstond een hele andere dynamiek tussen ons. Het was erg leuk om elkaar op die manier te leren kennen.
Anya: ‘Ik deed in die periode research voor mijn boek ‘De Nomade’, maar belde mijn uitgever en zei: “We moeten het even uitstellen, want ik ben nu met zoiets leuks bezig. Dat ga ik eerst afmaken.”’
Anya, heeft het je verrast dat je boeken zo’n succes zijn?
Anya: ‘Het heeft me totaal verrast. Ik schreef voor de lol. Toen ik het eenmaal ontdekt had, was het voor mij de ultieme manier om te los te komen van mijn werk bij Visit Zuid-Limburg. Ik schreef al mijn boeken in de luwte, naast mijn fulltime directiebaan. Pas toen het manuscript van mijn laatste boek De nomade nagenoeg klaar was, kwam het succes van De Camino. Na het winnen van de NS Publieksprijs ging het heel hard, ook met de andere titels. Het is natuurlijk superleuk dat dat gebeurde, maar het is niet iets wat ik had voorzien of ambieerde.’
Is het schrijven anders nu je dat succes kent? Ervaar je meer druk?
Anya: ‘Nee, die voel ik niet. Dat hangt samen met het feit dat ik al een mooie carrière in het toerisme heb gehad. Mijn werkzame leven is op 19 februari 2025 feestelijk afgesloten met een lintje en een erepenning. Dus de levensfase van opbouwen en presteren is voor mijn gevoel voorbij. Ik zit nu in de levensfase van introspectie en spiritualiteit. Ik doe nu vooral dingen waar ik vreugde uithaal en waarmee ik de wereld een beetje mooier kan maken. Ik schrijf nu elke dag, maar ik voel geen druk.’
Merel, hoe is het voor jou dat je moeder als schrijver zo succesvol is?
Merel: ‘Ik word natuurlijk wel vaak vergeleken met mijn moeder en gezien als ‘de dochter van’. Dat begrijp ik. Ik zal mijn eigen weg moeten bewandelen. Ik geniet van wat ik doe, en dat is voor mij het belangrijkste. We delen dezelfde passie, dat vind ik geweldig. Maar mijn moeder is voor mij gewoon mama, niet een beroemde schrijver.’
Ben jij ook gestopt met je andere werk?
Merel: ‘Ja, ik schrijf nu ook fulltime. Ik ben nog niet zo succesvol als mijn moeder, maar kan gelukkig wel van het schrijven leven.’
Bespreken jullie wel eens jullie werk met elkaar?
Merel: ‘Ik ben altijd proeflezer van mijn moeder en lees haar werk graag. Ik schrijf geen thrillers, maar fantasy en kijk daardoor met een heel andere bril naar wat zij schrijft. En andersom doet zij dat met mijn werk. Mijn moeder heeft inmiddels wel veel ervaring, ze weet heel goed wat ze doet. En ze haalt er bij mij ook altijdingen uit of adviseert mij hoe ik eerder en beter to the point kan komen.’
Beinvloeden jullie elkaar ook?
Merel: ‘Nee, wat wij doen is zo anders. Dat merkten we ook toen we dat boek samen schreven. Alleen al doordat wij zo verschillend zijn en schrijven, ontstonden heel verschillende personages.’
Anya: ‘We luisteren wel goed naar elkaars feedback. En we spelen elkaar informatie toe. Als ik een goed boek lees of een mooie podcast hoor, dan tip ik die haar. Ter inspiratie. Als we bij elkaar zijn, gaat het ook vaak over het schrijven en het proces waar we beiden in zitten.’
Lijken jullie qua schrijvers op elkaar, bijvoorbeeld in taalgebruik, of in hoe je onderzoek doet?
Anya: ‘We lijken als mens wel op elkaar, we hebben dezelfde waarden en normen en eenzelfde soort karakter. We zijn beiden hele vrolijke mensen. Maar hoe we werken en schrijven, dat had nauwelijks verschillender gekund.’
Merel: ‘Ik ben een intuïtieve schrijver. Ik ga elke ochtend zitten en denk, wat zal ik eens gaan doen. Ik heb geen plan, geen plot, het komt gewoon. Het verhaal begint zichzelf te vertellen. Mijn moeder heeft een plot van dertig pagina’s dat ze nauwgezet volgt. En ze doet research waar een gemiddelde academicus U tegen zou zeggen.’
Maar jij doet ook research, jij bezoekt ook plekken waar je verhalen zich afspelen.
Merel: ‘Op zo’n plek probeer ik vooral te voelen hoe het daar is. Mijn moeder kijkt naar een gebouw dat een rol speelt in haar verhaal en noteert precies hoe het eruitziet. Als ik zo’n gebouw in mijn verhaal gebruik, verzin ik het gewoon. Het maakt niet uit of het ook daadwerkelijk bestaat.’
Anya: ‘Merel doet zeker ook research hoor, maar bij mij is het wel next level. Dat is ook beroepsdeformatie. Als VVV-directeur had ik een enorme verantwoordelijkheid voor een groot gebied. Ik las studies, rapporten, ik verdiepte me in alles wat er te vinden was om een gedegen visie te kunnen opstellen. Die manier van werken zit na al die jaren echt in mij.’
Merel, wat heb jij van je moeder geleerd als schrijver?
Merel: ‘Mijn moeder heeft een heel mooi stappenplan gemaakt waarin ze haar denkwijze van hoe ze een verhaal opzet helemaal heeft uitgeschreven. Een super document. Daardoor zag ik voor het eerst hoe het in haar hoofd werkt. Zij is zo gestructureerd. Er staat veel in waar ik nooit over nadenk. Bij mij ontstaat het gewoon. Maar als dat even niet gebeurt, zit ik ook meteen helemaal vast. Daarom gebruik ik dat document af en toe wel. Ik heb dan veel aan haar denkwijze. Mijn fantasydebuut ‘De laatste ravendochter’ is een dikke pil, van zo’n 160 duizend woorden. Er was tijdens het schrijven een moment dat ik helemaal niet meer wist hoe ik verder moest. Ik dacht: het gaat me nooit lukken om dit af te maken. Mijn moeder zei: ‘Gewoon elke dag gaan zitten en wat tikken. Ook als je denkt dat je niets te vertellen hebt. Het komt zeker goed, als je het maar afmaakt. Ze had gelijk.’
Anya, wat zou jij aan je schrijvende dochter willen vragen?
Anya: ‘Merel heeft een waanzinnig talent. Zij creëert niet-bestaande werelden. In De laatste ravendochter schrijft ze over de Ierse mythologie en die komt in het verhaal totaal tot leven. Ik werk in bestaande werelden, dat is ook uitdagend. Maar nieuwe werelden scheppen is zo moeilijk. Ik vraag me dan af: Hoe bedenk je zoiets? Hoe doe je dat? Hoe houd je het 160 duizend woorden lang vol om consistent te zijn? Fantasy is echt een heel complex en moeilijk genre. Ik heb daar veel bewondering voor. Het is pure fantasie en de liefde voor de wereld die ze schept.’
Anya Niewierra (1964) is schrijfster van literaire thrillers. Ze debuteerde in 2013 met Vrij uitzicht en brak definitief door met De Camino, waarvoor ze deNS Publieksprijs won en dat werd bekroond met een Gouden en Platina Boek. Het groeide uit tot een van de meest succesvolle Nederlandse thrillers ooit. Ook haar andere romans, waaronder Het dossier, Het bloemenmeisje en De nomade, werden bestsellers en ontvingen meerdere prijzen en nominaties. Niewierra schreef in 2025 geschiedenis door met haar volledige thrilleroeuvre tegelijk in de Bestseller60 te staan. In 2025 schreef zij in opdracht van de CPNB het Zomerlezengeschenk De stilte. Haar werk is vertaald in het Engels, Spaans, Catalaans, Frans, Italiaans en Pools. Naast haar schrijverschap was Niewierra ruim dertig jaar algemeen directeur van Visit Zuid-Limburg.
Merel Godelieve (1992) is schrijfster, jurist en creatief ondernemer. Ze debuteerde in 2022 met Ook dat nog, een dagboekroman over drie generaties vrouwen, die zij samen met haar moeder, Anya Niewierra, schreef. In 2025 verscheen haar fantasy debuut De laatste ravendochter, een roman waarin Ierse mythologie wordt verweven met een allesbepalende liefde. Godelieve studeerde Handels- en ondernemingsrecht en werkte korte tijd op de Zuidas, waarna zij het corporate leven achter zich liet. Ze richtte meerdere horecabedrijven op, waaronder koffiebars, bakkerijen, een Bed & Breakfast en een e-commercebedrijf. Recent verkocht zij haar Utrechtse buurtbakkerij om zich volledig op het schrijven te kunnen richten.
Deirdre Enthoven
Tijdens de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam presenteerde het Chaos String Quartet in het Bimhuis gedurende drie dagen de voorstelling Haydn reframed - Een flat met duizend ramen. Componist Primo Ish-Hurwitz verbindt Haydns Zonnekwartetten met nieuwe muziek en zes verhalen van Joke van Leeuwen in deze multidisciplinaire voorstelling.
Componist Primo Ish-Hurwitz plaatste de zes iconische strijkkwartetten opus 20 van Joseph Haydn in een nieuw jasje door ze te verbinden met nieuwe composities van zes toonaangevende componisten van nu. De muziek werd verweven met teksten van Joke van Leeuwen. Zij schreef zes afleveringen bij elk strijkkwartet waarin telkens een andere bewoner van Een flat met duizend ramen centraal staat. Actrice Ariane Schluter vertolkte alle zes rollen. Regisseur Jos van Kan smeedde tekst en muziek tot een hecht geheel. Elk verhaal correspondeert met een van Haydns zogenoemde Zonnekwartetten. Net als in Haydns muziek wisselen melancholie en humor elkaar af. Per dag zag de bezoeker twee afleveringen van de serie. Veel bezoekers zagen de volledige cyclus; maar een losse dag gaan kon ook. De voorstelling gaat op tournee, zodat ook buiten Amsterdam publiek kennis kan maken met het project.
Carte blanche
Voor de vijfde keer programmeerde de Biënnale een serie rond Haydns vroege kwartetten. ‘Ik kreeg carte blanche om de invulling dit jaar te bepalen,’ vertelt de 25-jarige Ish-Hurwitz vanuit Londen, waar hij studeert aan het Royal College of Music. ‘Het kostte tijd om de puzzel te leggen. In eerdere edities werd een modern werk naast Haydn geplaatst, als contrast. Ik heb de componisten juist gevraagd mét Haydn te werken en zijn muziek in een nieuw licht te zetten zodat het een dialoog wordt tussen oud en nieuw. Ze mochten ingrijpen in Haydns materiaal en het verweven met hun eigen muziek.’ Ish-Hurwitz benaderde componisten Richard Ayres, Frieda Gustavs, Hanna Kulenty, Jan-Peter de Graaff en Boris Bezemer voor deze opdracht.
Voor de teksten vroeg hij roman- en kinderboekenschrijver Joke van Leeuwen. ‘In haar boek Feest van het begin beschrijft zij de Franse Revolutie vanuit het perspectief van verschillende Parijse bewoners, zoals een weesmeisje en een beul. Samen schetsen zij een tijdsbeeld. Dat idee inspireerde mij: zes verhalen van mensen die een band krijgen met Haydns muziek. Zo krijgt elk concert een eigen kleur, terwijl de verhalen elkaar raken. Bovendien kan Van Leeuwen als geen ander zware thema’s licht en onbevangen in haar taal benaderen.’
Wisselwerking
Van Leeuwen schreef zes uiteenlopende portretten van flatbewoners, met subtiele onderlinge verbanden. Vanuit haar woonplaats Antwerpen vertelt zij: ‘We vroegen ons af of we het verhaal in de achttiende eeuw zouden situeren, in Haydns tijd. Al snel kozen we voor het heden: mensen van nu die een persoonlijke relatie hebben met zijn muziek.’ Daarna ontstond een wisselwerking tussen tekst en compositie. Van Leeuwen: ‘Het was echt een samenwerking. Ik luisterde vooraf naar het werk van de betreffende componist en hield daar in mijn teksten rekening mee. Is er een bepaalde toon of sfeer?’ Zo kreeg ieder deel een eigen klank- en kleurwereld. ‘De muziek van Hanna Kulenty is vrij surrealistisch; de tekst sluit daarop aan. Bij andere componisten is de toon juist realistischer,’ aldus Ish-Hurwitz.
Van Leeuwen prijst alle betrokkenen. ‘Actrice Ariane Schluter brengt het prachtig. Ze kan zich moeiteloos in totaal verschillende personages verplaatsen.’ In een van de verhalen speelt zij een zwangere vrouw die haar ongeboren kind toespreekt. Ze vraagt zich af hoe Haydn klinkt voor een kind dat nog in het vruchtwater drijft. Het ene moment ontroert haar twijfel over de wereld waarin zij haar kind zal laten opgroeien; het volgende moment is er luchtigheid, bijvoorbeeld wanneer haar partner moet meepuffen tijdens de zwangerschapscursus.
Muziek als herinnering
In een ander deel vertolkt Schluter een vrouw die een auto-ongeluk overleefde en in het ziekenhuis ontwaakt. Muziek blijkt onlosmakelijk verbonden met herinnering: wanneer zij Haydn hoort, denkt zij terug aan het ongeluk waarbij zij ondersteboven in de auto hing terwijl de muziek doorspeelde. Eerder had zij tegen haar zoon gezegd: ‘Mooi hè, er is geen hoofdrol voor één instrument.’ Die gelijkwaardigheid is kenmerkend voor Haydns kwartetten. De vrouw worstelt aanvankelijk met haar woorden in het ziekenhuisbed, maar concludeert uiteindelijk: ‘De dood heeft mij niet gevonden.’ Het opvallende is dat de gelijkwaardigheid in de instrumenten ook opgaat voor muziek én tekst. Het een gaat zeker niet boven het ander, maar is perfect in evenwicht.
Dat is te danken aan het perfecte samenspel tussen de actrice en de musici. ‘Ariane Schluter blijkt zeer muzikaal en kan partituren lezen, dat was een groot voordeel’, zegt Ish-Hurwitz. ‘Ze integreert de muziek vanzelfsprekend in haar spel.’ Regisseur Jos van Kan bracht de zes delen samen in een sobere en doordachte enscenering. Met minimale middelen schept hij telkens een nieuwe wereld, een stoel die verplaatst of een muzikant die van plaats wisselt. Ook de musici ondersteunen subtiel het verhaal met een bepaalde houding of blik. Het publiek genoot zichtbaar van deze bijzondere mix van kunstvormen.
De speellijst is te vinden op de website van de voorstelling.
Een flat met duizend ramen is mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds.
Dorine van der Wind
We krijgen regelmatig de vraag: zijn mijn gegevens eigenlijk wel veilig bij Lira? Zeker sinds de lancering van onze vernieuwde portal, Mijn Lira, leeft die vraag opnieuw. Ook recente berichten over datalekken bij andere organisaties laten zien hoe belangrijk dit onderwerp is.
Bij Lira is het uitgangspunt dat vergoedingen altijd bij de juiste persoon terecht moeten komen. Daarom controleren we zorgvuldig de identiteit van onze relaties en gaan we bewust om met de gegevens die we verwerken.
Veilige identificatie via je bank
In de nieuwe portal gebeurt dat via een eenmalige verificatie met Wero (voorheen iDEAL). Je doet daarbij een betaling van € 0,01 om je identiteit via je bank te verifiëren. Alleen als het opgegeven rekeningnummer en de tenaamstelling overeenkomt met de betaling, wordt het in onze administratie opgenomen. Deze methode is betrouwbaar en gebruiksvriendelijk, omdat banken zelf al een identiteitscontrole uitvoeren bij het openen van een rekening.
Is verificatie via Wero niet mogelijk, bijvoorbeeld bij bepaalde buitenlandse rekeningen, dan vragen we aanvullende informatie, zoals een kopie van een rekeningafschrift. Zonder verificatie registreren we geen rekeningnummer en vinden er geen uitkeringen plaats.
Extra controles en waarborgen
Naast deze verificatie werkt Lira met aanvullende controles. Wijzigingen van rekeningnummers worden altijd handmatig gecontroleerd. Daarbij wordt niet alleen gekeken of de wijziging juist is verwerkt, maar ook of er daadwerkelijk een opdracht van de auteur aan ten grondslag ligt. Daarmee verkleinen we het risico op fouten of misbruik aanzienlijk.Ook bij twijfel over gegevens kunnen aanvullende controles plaatsvinden.
Wat gebeurt er met je gegevens?
Lira gebruikt je gegevens uitsluitend voor het uitvoeren van haar taken: het verdelen en uitkeren van vergoedingen en het informeren van haar achterban. We gaan zorgvuldig om met deze gegevens en delen ze niet met derden, behalve wanneer dat noodzakelijk is voor onze dienstverlening of wanneer we daar wettelijk toe verplicht zijn.
Zo zijn wij op grond van de renseigneringsverplichting verplicht om burgerservicenummers (bsn’s) en/of btw-identificatienummers van relaties die vergoedingen ontvangen, door te geven aan de Belastingdienst.
Lira verwerkt persoonsgegevens in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en bewaart deze niet langer dan noodzakelijk is voor haar werkzaamheden of op grond van wettelijke verplichtingen.
Wij nemen passende technische en organisatorische maatregelen om gegevens te beschermen. Zo is de communicatie met onze website en portal versleuteld en maken we gebruik van tweestapsverificatie bij het inloggen. Toegang tot persoonsgegevens is beperkt tot medewerkers die deze nodig hebben voor hun werk.
Zelf je gegevens beheren
Via Mijn Lira kun je je gegevens eenvoudig inzien en aanpassen. Denk aan je contactgegevens, bankrekening en btw-status. Door deze informatie up-to-date te houden, help je mee om fouten en vertragingen te voorkomen. Voor vragen over het uitoefenen van jouw privacyrechten kun je contact opnemen met onze Privacy Officer.
Stichting Lira heeft een overeenkomst gesloten met Stichting Organisatie voor Persuitgeversrecht (OPR) over het aandeel van de freelance journalisten binnen het persuitgeversrecht.
Wat is het persuitgeversrecht?
Het persuitgeversrecht is in 2021 ingevoerd en geeft uitgevers het recht om een vergoeding te vragen voor het online gebruik van hun nieuwsartikelen door online platforms, bijvoorbeeld door zoekmachines en nieuwsaggregrators. OPR int deze vergoedingen namens Nederlandse mediaorganisaties. In de wet is bepaald dat ook makers aanspraak hebben op een passend aandeel van deze inkomsten.
Wat is er afgesproken?
Met deze overeenkomst kan een deel van de licentievergoedingen die OPR ontvangt van online platforms worden doorbetaald aan Lira, die dit aandeel uitkeert aan freelance journalisten. De overeenkomst heeft betrekking op de periode vanaf medio 2021 en loopt in ieder geval door tot en met 2026. Daarmee is er nu een praktische regeling voor de incasso en de verdeling van deze inkomsten aan makers.
Een eerste stap
Over de hoogte en berekeningswijze van het makersaandeel verschillen Lira en OPR fundamenteel van inzicht. Partijen hebben er desondanks voor gekozen om nu een werkbare afspraak te maken, zodat uitkeringen aan makers mogelijk worden.
Wat Lira betreft is dit een begin. Tegelijkertijd zullen wij in gesprek blijven met OPR over de hoogte van de vergoedingen voor tekstauteurs.
Zodra er meer bekend is over de verdere uitvoering en het moment van uitkeren, laten we dat uiteraard weten.
Mirjam Mous (62) werkte twintig jaar als leerkracht in het speciaal onderwijs. In 1998 debuteerde zij met Monsters Mollen!. Met de thriller Boy 7 uit 2009 brak zij definitief door. Ze ontving een Gouden Boek en het verhaal werd vertaald en verfilmd. Deze maart verschijnt haar nieuwste boek Impact. Hoe de oorlog onze levens veranderde. Wat is het verdienmodel van Mirjam Mous?
Wat was je eerste betaalde opdracht?
‘Dat had een lange aanloop. Ik wilde al schrijfster worden toen ik vier jaar oud was. Ik probeerde steeds een boek te schrijven, maar het duurde erg lang voordat het daadwerkelijk lukte. Mijn eerste manuscript werd door alle uitgeverijen afgewezen. Totdat ik in 1997 Monsters Mollen! schreef; bij de tweede uitgeverij was het raak. Dat was Van Holkema & Warendorf, en daar zit ik nog steeds. Het was de eerste keer dat ik geld ontving voor mijn schrijven.’
Waarmee zou je in een ideale wereld het liefst je hele inkomen verdienen?
‘Met schrijven, dat maakt mij gelukkig. En ik heb het geluk dat mijn droom inmiddels is uitgekomen. Hoewel ik altijd al schrijver wilde worden, heb ik eerst twintig jaar als groepsleerkracht in het speciaal onderwijs gewerkt. Je weet immers nooit of het lukt en je kunt er niet meteen van leven. Geleidelijk aan ben ik minder gaan werken als juf, zodat ik meer tijd overhield om te schrijven en scholen te bezoeken. Na zeven jaar heb ik de knoop doorgehakt en ben fulltime gaan schrijven. Om hetzelfde inkomen te houden, deed ik toen erg veel schrijversbezoeken. Met dank aan de Schrijverscentrale.’
Hoe ziet jouw verdienmodel eruit?
‘Hoewel ik nog steeds voor alle leeftijden en in verschillende genres schrijf, zijn mijn thrillers mijn grootste inkomstenbron; ik leef van de royalty’s. Vooral Boy 7 is een echte ‘everseller’, dat boek blijft verkopen. Het is bovendien twee keer verfilmd, in Nederland en in Duitsland. Daar heb ik ook leuk aan verdiend. Verder ben ik blij met de Lira-vergoedingen. Alles bij elkaar kan ik er goed van leven. Ik heb geen kinderen, dat scheelt in mijn uitgaven.’
Wat heeft voor je succes gezorgd, wanneer was de omslag?
‘In het begin schreef ik alleen voor basisschoolleerlingen. Daarna volgden er wel 12+ boeken, maar die waren meestal op meiden gericht. Tot ik een school in Emmen bezocht. De jongens daar vonden dat ik de meiden nogal voortrok en vroegen me een spannend boek te schrijven met een jongen in de hoofdrol. Dat werd dus Boy 7. Ik was zelf nooit op het idee gekomen om een thriller te schrijven, maar vond het erg leuk om te doen en kreeg er heel veel lezers bij.
Meer thrillers volgden en sindsdien kan ik leven van het schrijven. Schoolbezoeken blijf ik doen om contact te houden met mijn doelgroep, maar niet meer zo vaak als eerst. Dat vele reizen vind ik vermoeiend. En het is niet meer zo nodig als inkomstenbron.’
Wat was tot nu toe de beste investering in je vakmanschap?
‘Stoppen met lesgeven en me volledig op het schrijven richten. Dat ik nogal eigenwijs ben, heeft me ook veel gebracht. Hoewel niemand geloofde dat het me zou lukken om schrijver te worden, hield ik vol. En toen mijn uitgever na het lezen van mijn eerste 12+ manuscript zei dat ik me waarschijnlijk beter op de basisschoolleeftijd kon blijven richten, spoorde me dat juist aan om door te gaan. Gelukkig maar, want vooral met mijn Young Adult-boeken heb ik succes. Cursussen heb ik nooit gevolgd. Ik heb het vak geleerd door veel te lezen en te schrijven. Je moet er niet te romantisch over doen. Het is vooral een kwestie van discipline: elke dag achter je bureau gaan zitten en meters maken.’
Biedt de Nederlandse context auteurs voldoende middelen van bestaan?
‘Daar kan ik niet goed over oordelen. Ik heb bijvoorbeeld nooit een beurs aangevraagd en weet niet goed hoe dat werkt. Dankzij de Duitse vertalingen heb ik er een aardig afzetgebied bij; mijn thrillers worden ook in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland verkocht. In Vlaanderen doen ze het ook best goed. Alleen een Engelse vertaling is nooit gelukt. Er is ooit een poging gedaan, maar het bod was zo laag dat we nee hebben gezegd. Overigens zou ik ook zonder die buitenlandse markt kunnen leven van mijn werk. Zo slecht is het hier niet geregeld. Mijn Poolse uitgever en vertaler waren stomverbaasd dat er bij ons zoiets bestaat als de Schrijverscentrale. Auteurs schijnen daar zelf eerst voor hun uitgave te moeten betalen. Sindsdien denk ik: we mogen misschien best wat minder mopperen.’
Heb je een gouden tip voor andere (kinderboeken)schrijvers?
‘Geef vooral in het begin zoveel mogelijk lezingen op scholen: leerlingen weten dan wie je bent en grijpen eerder naar jouw boeken. Dat ik leerkracht ben geweest en amateurtoneel heb gespeeld, komt tijdens deze bezoeken goed van pas. Ook is het slim om actief te zijn op social media omdat je daar veel lezers mee bereikt. Maar voor allebei geldt: doe het alleen als het bij je past. Ik heb schrijvers gezien die zichtbaar ongelukkig waren tijdens hun optreden, dan werkt het niet. Ik voel me niet happy bij filmpjes en post dan ook weinig op internet. Een andere tip: wees niet te snel tevreden. Ik krijg soms manuscripten toegestuurd die nog vol spelfouten staan. Je moet kritisch zijn op je werk. Ik heb veel geleerd van mijn eerste redacteur, Greet Eijsink. Zij leeft helaas niet meer, maar ik hoor haar stem nog steeds in mijn hoofd als ik een tekst doorlees. Zij was mijn grote leermeester.’
Dorine van der Wind
Met het ‘Doorgeefgedicht’ biedt Lira Nieuws dichters een podium waarop ze, zonder eisen of voorwaarden vooraf, nieuw eigen werk kunnen presenteren. Om daarna het stokje door te geven. Ienne Biemans is nu aan de beurt.
Ienne Biemans schrijft voor kinderen. De gedichten in haar debuutbundel Mijn naam is Ka. Ik denk dat ik besta (1985) werden blij onthaald als nieuwe bakerrijmpjes. Ik was de zee werd bekroond met een Zilveren Griffel en voor Lang zul je leven ontving ze de Nienke van Hichtum-prijs. Waar was Hans is een origineel zelfleesboek voor beginnende lezers.
Voor de volgende editie geeft zij de opdracht door aan Jacob Groot. Zij schrijft daarover het volgende:
‘Treed binnen. Luister.
Zoek niet. Vind. Hoor.
Laat het woord het woord voeren.
Het brengt je meeslepend in verbinding met wat aan de woorden voorafgaat. Gedroomd denken.
Klinkend antwoord op vragen waarvan je niet wist dat je ze had. Diep-ernstig licht raak precies, voelbaar. Groots.
Zo lees ik de poëzie van Jacob Groot.’
Ik en jij
Dag dag.
Goede dag
nieuwe dag
dag zo nieuw als nog nooit
een dag was. Zo'n dag
waarop in de parken onder het teergroene licht
van piepjonge blaadjes aan uitbottende bomen
bloemenkinderen
in fonkelnieuwe kleren
opgetogen oppoppen
uit het kersverse gras.
Dag gras. En dag boterbloem
in de grasgroene wei.
Dag ik, zeg ik dan.
En dan zeg ik: dag jij.
En daar gaan we als jij ook wil
door de velden,
over de zandweg
richting het bos.
Handje geen handje.
Jij en ik. Samen vast en los.
Ienne Biemans